Rb: onvoldoende onderzoek detentiegeschiktheid, schizofrenie

De gemachtigde van eiser heeft op 12 januari 2026 een iMMO-signaleringslijst opgesteld. Hierin geeft de gemachtigde aan dat eiser op hem een zeer onrustige en gespannen indruk maakt en ook niet goed te volgen is. Eiser neemt zijn medicatie niet meer in en heeft in het verleden een suïcidepoging gedaan. De gemachtigde geeft tevens aan dat de grensprocedure voor eiser niet langer geschikt is.

Op 13 januari 2026 heeft eiser zijn aanmeldgehoor. De gehoormedewerker schrijft op dat eiser aangeeft sinds zijn aankomst in Nederland geen clozapine meer te nemen alsook dat eiser op momenten onrustig is, erg warrig verklaart, totaal geen antwoord op vragen geeft en onrustig beweegt. Op 14 januari 2026 mailt de gemachtigde aan verweerder dat eiser detentieongeschikt is en het op dit moment volstrekt onmogelijk is om een nader gehoor af te nemen op basis waarvan een zorgvuldige beoordeling van het asielrelaas mogelijk is.

Op 14 januari 2026 wordt eiser ter voorbereiding op het nader gehoor onderzocht door een verpleegkundige. In het medTadvies schrijft de verpleegkundige dat eiser wel kan worden gehoord maar dat indien nodig een pauze wordt ingelast. Het medTadvies is ter accordering ondertekend door een arts….

De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de vraag of verdere detentie van eiser evenredig is te achten. Dat het MedTadvies is geaccordeerd door een arts maakt dit niet anders. Het onderzoek is immers gericht op het horen van eiser in de asielprocedure, de arts heeft eiser niet zelf onderzocht en niet is gebleken dat de arts tevens psychiater is.

Het beroep is gegrond en de maatregel is dan ook met ingang van 14 januari 2026 onrechtmatig.
Rb Amsterdam NL26.2870, 3.2.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4802