Nieuws

RvS: behandeling bij Equator geen reden verblijf AZC te continueren

In de brief van 25 juli 2017, waaruit de rechtbank uitvoerig heeft geciteerd, staat dat het centrum een voor de vreemdeling veilige en vertrouwde behandelsetting is, die beschermend werkt, en het van zeer groot belang is dat de beschreven behandeling zonder onderbrekingen daar wordt voorgezet. Hieruit noch uit de andere genoemde stukken volgt dat door de beëindiging van de opvang ook de behandeling in het centrum moet worden gestaakt. In dit kader wijst het COa er terecht op dat de behandeling niet in een AZC plaatsvindt maar dat de vreemdeling daarvoor vanuit het asielzoekerscentrum in Almere naar de behandellocatie van het centrum in Den Bosch reist. Verder wijst COa erop dat de vreemdeling, hoewel zijn verblijf hier te lande is beëindigd, op grond van artikel 10 Vw 2000 ook na beëindiging van de opvang aanspraak zal kunnen maken op medisch noodzakelijke zorg, om te voorkomen dat een medische noodtoestand ontstaat. Uit het BMA-advies volgt dat hij naar zijn land van herkomst kan worden verwijderd mits daar overdracht aan een psychiater plaatsvindt.

De grieven slagen. Het hoger beroep is gegrond.
RvS 202000375/1/V1, 6.5.20
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2020:1196

SvJ&V: opvang nieuwe asielzoekers in Zoutkamp gestopt

Op 12 mei is het gebruik van de Willem Lodewijk van Nassaukazerne in Zoutkamp als noodonderdaklocatie voor asielzoekers met een eerste asielaanvraag beëindigd. De circa 90 asielzoekers, die zich nog in de noodonderdaklocatie bevonden, zijn overgebracht naar de COA-opvang in Ter Apel en Budel. Daar zullen zij het vervolg van de asielprocedure doorlopen. Asielzoekers die vanaf 12 mei een eerste asielaanvraag indienen in Ter Apel, worden niet langer naar Zoutkamp overgebracht en doorlopen de eerste fase van de asielprocedure in Ter Apel of Budel. Bij binnenkomst in Ter Apel krijgen asielzoekers een uitgebreide medische intake, waarbij ook gericht op coronaklachten wordt getoetst (temperatuurmeting, uitvraag naar luchtwegklachten) en informatie wordt verstrekt over de maatregelen om coronabesmetting te voorkomen.

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2020/05/15/tk-voortgang-maatregelen-aanpak-covid-19-op-terrein-jenv/TK+Voortgang+maatregelen+aanpak+Covid+19+op+terrein+JenV.pdf, 15.5.20

SvJ&V: evaluatie terugkeersubsidies

De 17 inmiddels afgeronde en vastgestelde Terugkeer projecten hadden gezamenlijk circa 1.240 deelnemers, waarvan circa 560 daadwerkelijk zijn teruggekeerd. Dit komt neer op afgerond 45% aantoonbaar vertrokken.

Antwoord kamervraag 2730, 8.5.20
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20192020-2730.html

Rb: detentie onrechtmatig want uitzetting niet mogelijk (paspoort aanwezig)

De rechtbank stelt vast dat de vreemdeling gereed is om uitgezet te worden nu hij over een geldig paspoort beschikt en dat er, afgezien van de daadwerkelijke uitzetting, geen andere handelingen meer zijn vereist. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat enkel de omstandigheid dat vanwege het Coronavirus op dit moment geen vluchten vanuit Nederland naar Georgië plaatsvinden, aan de feitelijke uitzetting in de weg staat. Tevens stelt de rechtbank vast dat er uitsluitend gewacht dient te worden op een vertrekkende vlucht naar Georgië. Wel is er geen enkele zekerheid dat het luchtruim de komende weken, in ieder geval binnen een afzienbare termijn, geopend zal worden en vertrek op korte termijn mogelijk is. De rechtbank overweegt dan ook dat in deze specifieke omstandigheden het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ontbreekt, hetgeen een voorwaarde is voor het opleggen van een bewaringsmaatregel o.g.v. artikel 59 lid 1, aanhef, en sub a, Vw. De rechtbank is daarom van oordeel dat de bewaringsmaatregel van begin af aan onrechtmatig is. Beroep gegrond.

Rb Groningen, NL20.9006, 30.4.20

Rb: vreemdelingendetentie alleen voor strafrechtelijke vreemdelingen in toegestaan

(...) De staatssecretaris heeft niet betwist dat momenteel alleen vreemdelingen die vrijkomen uit strafrechtelijke detentie, vreemdelingen die een gevaar vormen voor de samenleving en 1F-ers in bewaring worden gesteld. Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigt dit niet echter de conclusie dat bewaring van de vreemdeling wordt gebruikt ter bescherming van de openbare orde en daarmee voor een ander doel dan waarvoor deze maatregel is bedoeld. Immers, juist voor voornoemde groepen vreemdelingen heeft de staatssecretaris een groot belang bij een spoedige uitzetting en in het geval van een asielaanvraag, bij een spoedige afhandeling daarvan. Dat de staatssecretaris daarom voor kiest om ondanks de corona crisis voornoemde groepen vreemdelingen toch in bewaring te stellen acht de rechtbank niet onredelijk en niet onbegrijpelijk. Deze beroepsgrond slaagt niet. Beroep ongegrond.

Rb Groningen, NL20.9492, 11.5.20

Rb: voor verblijfsrecht volwassen kind bij EU-vader is bewijs afhankelijkheid nodig

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet heeft aangetoond dat hij afhankelijk is van referent en dat de (gestelde) financiële bijdrage ook noodzakelijk was. In het arrest Jia van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) van 9 januari 2007 heeft het Hof bepaald dat voor een antwoord op de vraag of een familielid ten laste komt van een Unieburger dient te worden beoordeeld in hoeverre het familielid materieel wordt gesteund en in hoeverre de materiële ondersteuning nodig is voor het familielid om in zijn of haar basisbehoeften te kunnen voorzien in de lidstaat van oorsprong of herkomst, op het moment dat hij of zij verzoekt om hereniging met die Unieburger. Volgens het Hof is niet van belang waarom op die steun een beroep wordt gedaan en of de betrokkene in staat is om door betaalde arbeid zelf in zijn onderhoud te voorzien. Voorts heeft het Hof overwogen dat de noodzaak van financiële ondersteuning kan worden aangetoond met ieder passend middel, terwijl het mogelijk is dat het enkele feit dat de Unieburger of zijn echtgenoot zich ertoe verbindt de zorg voor het familielid op zich te nemen, niet wordt aanvaard als bewijs van het bestaan van een situatie van reële afhankelijkheid van dit familielid.

Het is aan eiser om zijn sociale en economische omstandigheden in Marokko en de gestelde afhankelijkheid van referent aan te tonen. De door eiser overgelegde verklaring van de Marokkaanse autoriteiten kan hieraan bijdragen. De rechtbank is het echter met verweerder eens dat niet duidelijk is waarop de verklaring is gebaseerd en dat niet is uitgesloten dat dit enkel op basis van verklaringen van eiser en zijn familieleden zelf is geweest. De rechtbank volgt verweerder voorts dat er meer bewijs van eiser gevraagd mag worden van zijn stelling dat hij financieel afhankelijk is van referent. De gemachtigde van verweerder heeft op de zitting verschillende voorbeelden genoemd van bewijsstukken en toegelicht dat het van belang is om een compleet beeld te krijgen van eisers situatie, waarbij ook zijn leeftijd en opleidingsniveau een rol kunnen spelen. De rechtbank acht dit niet onredelijk of in strijd met de jurisprudentie van het Hof. Deze beroepsgrond slaagt dus niet.

Rb Utrecht AWB 19/7751, 15.5.20
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:4414

Rb (MK): brede afweging risicofactoren bij terugkeer naar Kunduz (Afghanistan) nodig

De rechtbank zal beoordelen of de staatssecretaris inderdaad de algemene veiligheidssituatie in Kunduz, heeft betrokken bij de vraag of de vreemdeling op individuele gronden in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning. Zoals recent door de Afdeling geoordeeld is er in geheel Afghanistan geen sprake van een uitzonderlijke situatie, ook niet in Kunduz. Dan blijft de vraag over of de staatssecretaris de algemene veiligheidssituatie in Kunduz, heeft betrokken bij de vraag of de vreemdeling op individuele gronden in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning.

De staatssecretaris heeft zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat de algemene situatie in Kunduz niet zo slecht is dat de vreemdeling, gelet op zijn persoonlijke kenmerken, daarom niet kan terugkeren. Gelet op de Afdelingsuitspraak op het hoger beroep in deze zaak had deze rechtbank deze afweging niet in het kader van de beoordeling van de algemene situaties moeten maken, maar in het licht van de vraag of de vreemdeling op individuele gronden in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris dit niet gedaan.

Verweerder zal bij het nieuw te nemen besluit een oordeel moeten geven over eisers individuele kenmerken, namelijk het risico dat hij loopt op rekrutering en zijn verblijf gedurende een aantal jaren in Nederland, in relatie tot de algemene veiligheidssituatie in Kunduz. Daarbij zal verweerder zich onder meer moeten uitspreken over de aanwezigheid van de Taliban in de regio en over de omstandigheid dat eiser alleen vanuit overheidsgebied naar Kunduz kan reizen, met alle mogelijke risico's die dit met zich meebrengt. Verweerder zal ook de door eiser aangehaalde EASO-guidelines van 2019 bij de beoordeling moeten betrekken. Beroep gegrond.

Rb Amsterdam (MK), AWB 19/7024, 15.5.20

Rb: zelf-gecreeerde staatloosheid geen reden asiel

De rechtbank is van oordeel dat verweerder het paspoortvereiste aan eiser heeft kunnen tegenwerpen. Hiertoe acht de rechtbank van belang dat uit het dossier blijkt, en eiser ook ter zitting heeft erkend, dat eiser geen poging heeft gedaan om van de Georgische autoriteiten een paspoort te krijgen. Evenmin heeft hij pogingen ondernomen de Russische nationaliteit te (her)krijgen. Eiser heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat hij niet meer in het bezit zal worden gesteld van een paspoort van Georgië of Rusland. De rechtbank komt gelet hierop niet toe aan de vraag of ook het mvv-vereiste kon worden tegengeworpen.

Verder overweegt de rechtbank dat, hoewel artikel 8 van het EVRM niet een recht op het krijgen van een nationaliteit of van burgerschap garandeert, staatloosheid in zeer bijzondere gevallen kan leiden tot schending van artikel 8 van het EVRM. In het geval van eiser is van zo’n bijzondere omstandigheid geen sprake. Het kan immers, door toedoen van eiser, niet worden vastgesteld dat de Georgische autoriteiten, of de Russische autoriteiten, aan eiser geen paspoort (meer) willen afgeven. Zoals eerder vastgesteld, heeft eiser geen poging gedaan om de Georgische nationaliteit dan wel de Russische nationaliteit te (her)krijgen. Het staat daarom niet vast dat eiser niet door een andere staat wordt geaccepteerd, zodat het op dit moment ontbreken van een nationaliteit niet betekent dat verweerder artikel 8 van het EVRM schendt door eiser geen verblijf toe te staan. Deze beroepsgrond slaagt evenmin.

Het beroep is ongegrond.
Rb Amsterdam AWB 19/6926 19/6927, 3.3.20
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:4192

Rb: verklaringen instanties over bekering afwegen tov eigen verklaring

De rechtbank staat voor de vraag of de verklaringen van de kerkelijke instanties en het rapport van de Stichting nieuwe inzichten bieden of een bevestiging vormen van wat eiser heeft verklaard en/of enkel een andere weging geven van die verklaringen (zie paragraaf 4.1.4 van WI 2018/10).

Verweerder heeft in de kern over deze verklaringen weinig meer gezegd dan dat die er niet aan afdoen dat het aan eiser is om zijn bekering aannemelijk te maken en dat die verklaringen niet zien op de persoonlijke motieven en het proces van bekering. Ook stelt verweerder dat het aan hem is om de geloofwaardigheid van het relaas te beoordelen aan de hand van het gehele dossier.

Gezien wat er staat in WI 2018/10 mag van verweerder worden verwacht indringender en meer toegespitst te motiveren waarom deze verklaringen, vooral over de activiteiten van eiser, niet opwegen tegen het standpunt van verweerder over zijn eigen verklaringen. Daarbij acht de rechtbank van belang dat deze activiteiten al langere tijd voortduren en blijk geven van een zekere ambitie om zich meer en meer in te zetten voor de kerk.

Verweerders reactie op het rapport van de Stichting is in algemene termen geformuleerd en getuigt er daarmee niet van dat verweerder beoordeeld heeft in hoeverre dat rapport opweegt tegen de eigen verklaringen van eiser. Daarbij is van belang dat het rapport en de reactie van de Stichting ingaan op de verklaringen van eiser en die verklaringen plaatsen in de context van de motieven voor en het proces van bekering en eisers kennis van het geloof, waarbij nadere duiding wordt gegeven aan de passieve (de droom en de betekenis daarvan) en actieve (eisers onderzoek naar het christendom) elementen in die verklaringen. Daarbij is verder van belang dat het rapport dan wel het stuk van 10 december 2019 gemotiveerd ingaat op de tegenwerpingen die verweerder ten grondslag legt aan zijn oordeel over de gestelde bekering (bijvoorbeeld het gesprek met [eisers werkgever] ) en op de redenen waarom de islam voor eiser niet meer voldoet. Verweerder dient naar het oordeel van de rechtbank nader te motiveren of deze punten van de Stichting aanleiding geven voor een andere weging (als bedoeld in paragraaf 4.1.4 van WI 2018/10).

De motivering van verweerder is naar het oordeel van de rechtbank al met al niet voldoende indringend en op de zaak toegespitst. Deze beroepsgrond slaagt.

Rb Arnhem NL19.8436, 15.5.20
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:4326

CBS: aantallen immigranten tijdens corona

In de weken na de invoering van corona-beperkende maatregelen (week 13 tot en met 16) kwamen er minder immigranten naar Nederland dan in de periode daarvoor. Gemiddeld vestigden zich per week 2,2 duizend mensen. In de periode voor de coronamaatregelen (week 3 tot en met 11) waren dat er nog gemiddeld 5,2 duizend. In dezelfde periode in 2019 was de afname kleiner en daalde het aantal immigranten van 5,1 naar 4,3 duizend per week.

Het aantal immigranten van buiten de EU daalde na de coronamaatregelen het sterkst: van gemiddeld 2,5 duizend per week, naar ruim 700. Het aantal immigranten van binnen de EU nam minder sterk af, maar ook deze groep werd meer dan de helft kleiner. Gemiddeld schreven zich duizend EU-burgers per week in, voor de coronamaatregelen waren dat er 2,3 duizend, een afname van 57 procent. In 2019 waren de verschillen tussen beide periodes kleiner en daalde het aantal immigranten met ruim 15 procent.

Mensen met een Nederlandse achtergrond vestigden zich in de weken na de invoering van de reisbeperkingen juist vaker in Nederland. Per week schreven zich gemiddeld ruim 100 Nederlanders meer in. In 2019 was het aantal Nederlandse immigranten in beide periodes vrijwel gelijk.

https://www.cbs.nl/?sc_itemid=d94e5ae2-5aa2-43f0-ba0f-ced04d3b7779&sc_lang=nl-nl, 19.5.20

Pagina's