Nieuws

IND: recht op opvang in corona-tijden

Na registratie in Ter Apel worden nieuwe asielzoekers per bus naar de tijdelijke opvang in Zoutkamp gebracht. Om risico's zoveel mogelijk te vermijden, kunnen vreemdelingen de kazerne niet vrijelijk verlaten. Zorg en ondersteuning worden op de locatie zelf georganiseerd. Vertrek uit de kazerne vindt onder begeleiding plaats.

Vreemdelingen van wie het asielverzoek is afgewezen blijven in de COA-locatie.

https://ind.nl/nieuws/Paginas/Noodonderdak-vreemdelingen-in-Groningen.aspx, 20.3.20

Informatie over Zoutkamp:

  • Zoutkamp is alleen voor nieuwe asielzoekers, niet voor herhaalde asielverzoekers of mensen die recht hebben op opvang vanwege art-64. Zij kunnen wel een beroep doen op leefgeld en COA-verzekering.
  • De voorzieningen zijn heel basic: mensen slapen in grote slaapzalen. Zij krijgen geen W-document. Ze hebben beperkt recht op medische zorg.
  • Er is veel buitenruimte maar ze mogen de locatie niet uit. Op overtreding staat boete of gevangenisstraf.

WBV 2020/7: uitbreiding mogelijkheid detentie minderjarige inklimmers

Met deze wijziging is een beperkte uitbreiding beoogd van situaties waarin een alleenstaande minderjarige vreemdeling in bewaring kan worden gesteld. Alleenstaande minderjarige vreemdelingen die voor het eerst in het toezicht worden aangetroffen, zonder dat sprake is van de situatie dat de vreemdeling wordt verdacht van of veroordeeld is voor een misdrijf, en waarbij er sprake is van een risico op onderduiken, kunnen in de praktijk veelal niet in bewaring worden gesteld, omdat zij niet vallen onder de reikwijdte van de beleidsmatige criteria voor inbewaringstelling van alleenstaande minderjarige vreemdelingen. In de praktijk gaat het vooral om inklimmers, waarbij het in veel gevallen niet mogelijk is om binnen twee weken adequate opvang in het land van herkomst en het daadwerkelijke vertrek te realiseren. De reden hiervoor is dat nog geen gegevens bekend zijn op basis waarvan de ‘warme’ overdracht aan familie of een adequate opvanginstelling in het land van herkomst kan worden geregeld.

WBV 2020/7, 25.3.20 in staatscourant 15932, 27.3.20
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2020-15932.html

Rb: terugkeerbelemmering vanwege corona is tijdelijk

Het is op dit moment nog onduidelijk hoelang de huidige maatregelen ter bestrijding van (de verspreiding van) het coronavirus zullen duren. De uitzettingsbelemmeringen zijn naar hun aard echter tijdelijk. Op dit moment ziet de rechtbank daarom gelet op hetgeen in dit geval naar voren is gebracht en bezien in het licht van omstandigheden van dit geval geen aanleiding om te oordelen dat het zich op uitzetting naar Marokko, dan wel Algerije op een zodanige manier ontbreekt dat tot opheffing van de maatregel dient te worden overgegaan. Vast staat dat de redelijke termijn ten aanzien van de maatregel op dit moment nog niet in het geding is. Indien de situatie dat tijdelijk niet tot uitzetting kan worden overgegaan te lang gaat voorduren, kan eiser de zaak opnieuw voorleggen.

Het beroep is ongegrond.
Rb Haarlem NL20.5070, 19.3.20
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:2544

​​​​​​​IND: grensasiel als quarantaine

De grensprocedure blijft van toepassing op personen die aan de buitengrens een asielverzoek indienen (veelal op Schiphol). Met uitzondering van gezinnen en kinderen worden vreemdelingen eerst in grensdetentie geplaatst. De duur van de grensprocedure bedraagt voor de IND maximaal vier weken, zodat na de procedure duidelijk is of personen besmet zijn met het coronavirus.

https://ind.nl/nieuws/Paginas/Noodonderdak-vreemdelingen-in-Groningen.aspx, 20.3.20

 

WBV 2020/7: termijn amv-buitenschuld maximaal 3jr

Met deze wijziging wordt het beleid aangepast met betrekking tot de maximale termijn van drie jaar waarin de amv in onzekerheid verkeert. In het herijkte amv-beleid van 1 juni 2013 is opgenomen dat de maximale termijn van drie jaar opnieuw begint te lopen na indiening van een nieuwe verblijfsaanvraag. Dit is evenwel niet conform de bedoeling van het beleid, zoals opgenomen in de toelichting, dat de maximale termijn drie jaar is na de eerste asielaanvraag. Met de wijziging begint een maximale termijn van drie jaar te lopen vanaf het moment van de eerste verblijfsaanvraag. Door deze maximale termijn wordt de periode waarin een amv in onzekerheid verkeert over zijn verblijfsperspectief begrensd. Een belangrijke voorwaarde om in aanmerking te komen voor een vergunning buitenschuld is dat de amv actief medewerking verleent aan terugkeer.

WBV 2020/7, 25.3.20 in staatscourant 15932, 27.3.20
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2020-15932.html

Rb: ptss zorg Afghanistan mogelijk niet beschikbaar

Vreemdeling heeft traumaklachten en is langdurig opgenomen in psychiatrische inrichtingen vanwege suïcidaliteit. In beroep handhaaft hij zijn standpunt dat de medische behandeling niet beschikbaar dan wel niet toegankelijk is.

De rechtbank overweegt dat niet in geschil is dat bij het uitblijven van behandeling van vreemdeling een medische noodsituatie op korte termijn te verwachten is. Het geschil beperkt zich tot de vraag of voldoende inzichtelijk is dat de benodigde zorg aanwezig is in land van herkomst. Het BMA heeft  geconcludeerd dat behandeling in het land van herkomst aanwezig is. Daartoe heeft het BMA gewezen op een brondocument met referentienummer BMA 11929 waaruit blijkt dat voor een 45-jarige vrouwelijke patiënt met paranoïde schizofrenie (poli)klinische behandeling door een psychiater aanwezig is in Kaboel. Voorts blijkt uit brondocument BMA-11929 dat het voorgeschreven Quetiapine aanwezig is.

De rechtbank is van oordeel dat uit brondocument BMA 11292, onvoldoende duidelijk is geworden dat de voor de specifieke klachten noodzakelijke medische behandelingsmogelijkheden aanwezig zijn in de aangewezen kliniek in Afghanistan. Dit geldt temeer gelet op de informatie afkomstig van hulporganisaties en verklaringen van behandelaars ter plaatse die vreemdeling heeft ingebracht. Staatssecretaris heeft niet voldaan aan zijn vergewisplicht. Beroep gegrond.  

Rb Groningen, AWB 19/5083, 10.3.20

Rb: Chavez geen grond voor verblijf kind bij moeder die ook NLse kinderen heeft

Eiseres vindt dat zij een afgeleid verblijfsrecht heeft op grond van het arrest Chavez-Vilchez. Als zij Nederland moet verlaten, dan moet haar moeder mee omdat eiseres zorgafhankelijk is van haar moeder. In dat geval zijn haar NLse zusje en broertje, die eveneens zorgafhankelijk zijn van hun moeder, ook gedwongen het grondgebied van de EU te verlaten. Dat is in strijd met hún rechten als EU-burgers. Om die reden heeft eiseres een verblijfsrecht dat is afgeleid van haar zusje en broertje.

De rechtbank oordeelt dat het arrest Chavez-Vilchez niet van toepassing is op eiseres. Dit arrest gaat namelijk over de situatie dat een kind, dat zelf een EU-burger is, de EU zou moeten verlaten omdat aan de ouder van wie dat kind afhankelijk is, geen verblijfsrecht wordt toegekend. De situatie van eiseres is hiermee niet te vergelijken. Eiseres is namelijk géén minderjarige EU-burger. Het arrest Chavez-Vilchez heeft betrekking op een zeer uitzonderlijke situatie en de rechtbank ziet geen ruimte om dit nog verder op te rekken door op basis van het EU-burgerschap van het zusje en broertje van eiseres een afgeleid verblijfsrecht toe te kennen aan eiseres als minderjarige niet EU-burger.

Rb Utrecht AWB 19/6364, 25.2.20
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:2352

Rb: terecht boete 750,- voor niet-melden einde relatie

Niet in geschil is dat eiser ten tijde van het incident referent was van M.. Uit het wettelijk kader volgt dat hij onderworpen is aan de informatieplicht die behoort bij het referentschap en hij binnen vier weken de beëindiging van de relatie had moeten melden bij verweerder. De rechtbank oordeelt dat er een wettelijke grondslag voor het opleggen van een bestuurlijke boete is. De stelling dat uitsluitend vreemdelingen en erkende referenten een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, volgt de rechtbank niet.

De rechtbank is van oordeel dat de enkele omstandigheid dat verweerder in andere gevallen niet is overgegaan tot handhaving onvoldoende is voor het oordeel dat het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat verweerder niet handhavend zou optreden. Verweerder voert een handhavingsbeleid en heeft boetes opgelegd blijkens het rapport waar verweerder naar verwijst en de evaluatie van de Wet modern migratiebeleid (bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 30573, 178). Niet is gebleken van een bestendige bestuurspraktijk om overtredingen te gedogen of om handhaving achterwege te laten.

De rechtbank ziet gelet op het voorgaande geen aanleiding om over te gaan tot een matiging van de boete. Het beroep is ongegrond.
Rb den Haag AWB - 19 / 1320, 27.2.20
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:1003

Rb: geloofwaardigheid mensenhandel als asielgrond staat los van opsporingsindicaties

De rekrutering in het kader van mensenhandel behoort tot de kern van het asielrelaas. De staatssecretaris zal de gestelde mensenhandel inhoudelijk moeten beoordelen en indien hij dit niet geloofwaardig vindt, dit ook inhoudelijk moeten motiveren. Voorts is de omstandigheid dat de aangifte niet tot strafrechtelijke vervolging heeft geleid, zonder nadere toelichting niet relevant voor de vraag of de mensenhandel geloofwaardig moet worden geacht. Dit brengt mee dat het standpunt van de staatssecretaris dat de opvang bij tante X, van waaruit de vreemdeling met de mensenhandelaar in contact is gekomen, als adequaat kan gelden, onvoldoende is gemotiveerd. Immers is ook in dat kader van belang of het optreden van Y als mensenhandel gekwalificeerd moet worden. De rechtbank onderkent dat de vreemdeling thans nog maar vijftien jaar oud is en dat zij er belang bij heeft op korte termijn duidelijkheid te krijgen.

Rb Amsterdam, NL19.23803, 2.3.20

WBV 2020/6: Asielbeleid t.a.v. Turkije

Er worden twee risicogroepen aangewezen: (toegedichte) Gülen-aanhangers en personen uit Turkije die actief zijn in de politiek, journalistiek of op het gebied van mensenrechten en daarbij significant kritiek uiten op de autoriteiten en om die reden in de negatieve aandacht van de autoriteiten staan. Deze laatste groep omvat ook Koerdische politici en activisten, nu uit het ambtsbericht blijkt dat de Koerdische politieke oppositie, na de Gülenbeweging, het meest getroffen wordt door de huidige vervolging in Turkije.

Op 11 juli 2019 heeft het Ministerie van BuZa een thematisch ambtsbericht (TAB) gepubliceerd over de dienstplicht in Turkije. Op basis hiervan zal de IND t.a.v. dienstplichtige Koerden in beginsel niet aannemen dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.

WBV 20120/6, 12.3.20 in Staatscourant nr. 16571, 17.3.20
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2020-16571.html

Pagina's