bezoek ook: www.noo.nl / www.meldpuntvreemdelingendetentie.nl / www.basicrights.nl / www.iLegalevrouw.nl
Eiser is geboren in 1970 en heeft de Ghanese nationaliteit. Eiser verblijft al sinds 2000 in Nederland. Hij leeft vooral op straat en maakt gebruik van inloopvoorzieningen. In Ghana heeft eiser nog één zus (61) en zijn moeder (92). Eiser lijdt aan diverse medische klachten: hartfalen, leverfalen, longfalen en diabetes. Hij staat onder controle van een cardioloog en huisarts en slikt dagelijks zes verschillende medicijnen. Vanwege deze medische klachten wenst eiser uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw 2000.
Bij het uitblijven van behandeling en medicatie voor de hypertensie, de hartritmestoornissen, de verhoogde bloeddruk en bij het uitblijven van het gebruik van antistolling verwacht het BMA een medische noodsituatie binnen de indicatieve termijn van drie tot zes maanden. Het BMA is tot de conclusie gekomen dat de in Ghana beschikbare behandelmogelijkheden voldoende zijn om een medische noodsituatie op korte termijn te voorkomen. De aanvraag tot uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw is om deze redenen afgewezen….
Eiser voert aan dat vijf van de zes medicijnen in theorie worden gedekt door de Ghanese nationale zorgverzekering, het NHIS6. Drie van de medicijnen die hij gebruikt vallen onder de gereguleerde medicatie in Ghana. Meerdere bronnen geven echter aan dat de gereguleerde prijzen zo laag zijn dat die niet op grote schaal in Ghana gehanteerd kunnen worden: of de medicatie is niet beschikbaar of er moeten extra bijdrages worden betaald. Veel zorgaanbieders geven aan dat zij de NHIS verzekering niet accepteren. Eiser verwijst hierbij naar publieke bronnen, zoals de meest recente MedCoi rapportage van het Europese Agentschap van Asiel en de aangeschreven instellingen die de NHIS weigeren. Als er al enige vergoeding is, is die dusdanig klein door allerlei extra ‘fees’ dat de totale prijs van de benodigde medicatie onbetaalbaar is voor eiser. Daarnaast wordt het medicijn Apixaban niet door het NHIS vergoed. Eiser kan de kosten van de medicatie niet betalen waardoor deze medicatie feitelijk niet toegankelijk is voor hem. Ook kan eiser geen hulp of financiële bijdrages verwachten van familie. De moeder van eiser is op hoge leeftijd en ontvangt incidenteel steun van zijn zus. De zus van eiser heeft een beperkt inkomen voor haar eigen gezin en kan eiser niet onderhouden. Voor zover door de minister gesteld wordt dat eiser financiële steun van maatschappelijke organisaties of de overheid in Ghana zou kunnen krijgen, doet deze — niet onderbouwde — stelling geen recht aan de economische situatie in Ghana. Op overheidswebsites, internetbronnen en in het eerder aangehaalde MedCoi rapport wordt nergens gesproken van financiële steun voor zorgkosten van Ghanese arme ouderen. De uitzondering hierop is het LEAP programma, waar eiser niet onder valt. De situatie van eiser, arm en geen geld om medicatie te betalen, is in Ghana niet dusdanig uitzonderlijk dat hiervoor particuliere of publieke voorzieningen zijn.
De rechtbank is van oordeel dat eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de voor hem benodigde beschikbare medische zorg feitelijk niet toegankelijk is. … Eiser heeft inderdaad geen stukken overgelegd van de door het BMA genoemde instellingen waaruit volgt dat zij de NHIS niet accepteren. Eiser heeft echter in beroep wel stukken overgelegd waaruit blijkt dat via e-mail, contactformulier en telefonisch geprobeerd is contact op te nemen met beide instellingen, maar zonder resultaat. Verder heeft eiser op zitting toegelicht dat zijn zwager in persoon langs is geweest bij de instellingen. Bij deze instellingen heeft de zwager van eiser allerlei informatie te horen gekregen maar niets schriftelijk op papier. Daarnaast heeft eiser stukken overgelegd van reacties van niet door het BMA genoemde instellingen, die eiser heeft aangeschreven, en die de NHIS niet als verzekering accepteren. Eiser heeft dus meerdere inspanningen verricht om aannemelijk te maken dat de door het BMA genoemde instellingen de NHIS niet als verzekering accepteren. Onder deze omstandigheden vindt de rechtbank de enkele motivering dat eiser niet met stukken heeft onderbouwd dat de door het BMA genoemde instellingen de NHIS niet als verzekering accepteren onvoldoende.
Verder stelt de minister zich op het standpunt dat eiser niet met stukken heeft onderbouwd dat hij zijn benodigde medicatie niet op andere wijze, met vermogen dan wel hulp van familie of netwerk, kan bekostigen. De rechtbank volgt dat niet. De rechtbank gaat uit van een gemiddeld inkomen in Ghana van € 188,- per maand. Nog daargelaten of eiser dit gemiddelde inkomen zou kunnen genereren in Ghana, is de rechtbank van oordeel dat eiser niet voldoende zou overhouden om van te kunnen leven. Eiser zou nog slechts € 20,- tot € 40,- per maand overhouden naast de kosten van zijn medicatie. De rechtbank stelt vast dat de minister deze berekening niet heeft betwist. Daarnaast is niet in geschil dat de kosten voor het medicijn Apixaban omgerekend ongeveer € 130 per maand bedragen en dat deze medicatie niet wordt vergoed door de NHIS. Ook heeft eiser, zo staat in de besluitvorming, aannemelijk gemaakt dat de kosten voor een private zorgverzekering, ten aanzien van zijn inkomen, hoog zijn. De rechtbank is van oordeel dat eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn familie niet kan bijdragen met financiële hulp voor de kosten van zijn medicatie. Verder heeft eiser in beroep twee verklaringen van Ghanese kerken, een reactie van Oxfam Novib Ghana en twee onbeantwoorde e-mails aan Ghanese ministeries overgelegd. Niet valt in te zien hoe eiser nader moet onderbouwen dat er geen instellingen zijn bij wie hij kan aankloppen, nu er geen enkel aanknopingspunt is voor het bestaan van dergelijke maatschappelijke of publieke instellingen.
Gelet op het voorgaande, in samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat er zodanige twijfel bestaat over de feitelijke toegankelijkheid van de voor eiser noodzakelijke zorg dat die toegankelijkheid niet zonder meer aannemelijk is. Het beroep is gegrond.
Rb Amsterdam AWB 24/13491 en NL23.23639, 26.6.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17761