CRvB: VBL geldt als vervanging noodopvang (Almere)

Het College van B&W heeft ter uitvoering van de tussenuitspraak van 9 november 2011 alsnog een inhoudelijk (nader) besluit genomen op het bezwaar tegen de beëindiging van de gemeentelijke noodopvang.

Appellanten kunnen gerekend worden tot de categorie kwetsbare personen die gezien art. 8 EVRM in het bijzonder recht hebben op bescherming van hun privé- of gezinsleven. (CRvB 2 mei 2012, LJN: BW5501)

Bij besluit van 15 december 2011 heeft de MvI&A appellante een vrijheidsbeperkende maatregel i.d.z.v. art. 56 Vw 2000 opgelegd. Dit betekent dat appellanten vanaf 4 januari 2012 zijn gehouden in de gemeente Vlagtwedde te verblijven, waar zij gebruik kunnen maken van de in de vrijheidsbeperkende locatie aanwezige voorzieningen.

Of de vrijheidsbeperkende locatie en de daar ter beschikking staande voorzieningen in een concreet geval, rekening houdend met de bij de betrokkene aanwezige problematiek, als adequaat kan worden aangemerkt, is, indien in geschil, voorbehouden aan de vreemdelingenrechter. In het onderhavige geval heeft die beoordeling in de voornoemde uitspraak van 9 januari 2012 door de vreemdelingenrechter plaatsgevonden.

Nu appellanten vanaf 4 januari 2012 gebruik kunnen maken van de voorzieningen die hen in de VBL ter beschikking staan, kan in redelijkheid niet worden volgehouden dat de weigering van het college appellanten vanaf die datum nog langer noodopvang te bieden, geen blijk geeft van een “fair balance” tussen de publieke belangen die betrokken zijn bij de weigering van die noodopvang en de particuliere belangen van appellanten om vanaf die datum nog wel van de noodopvang gebruik te kunnen blijven maken.

Hoger beroep gegrond;

(migratieweb, CRvB 11/3581 & 12/145 WMO, 20.6.12)