Nieuws

Rb: geen vestigingsalternatief mensenhandelslachtoffer Nigeria met nog onbesneden dochter

De vreemdeling heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij bij terugkeer naar Nigeria vreest voor problemen met mensenhandelaren aan wie ze geld schuldig is na haar ontsnapping aan gedwongen prostitutie in Italië. Ook vreest ze dat haar dochter bij terugkeer slachtoffer zal worden van genitale verminking.

De rechtbank overweegt dat de vrees voor represailles van mensenhandelaren bij terugkeer naar Nigeria moet worden aangenomen. Echter heeft de vreemdeling niet aannemelijk gemaakt dat zij daartegen geen bescherming kan krijgen van de Nigeriaanse autoriteiten. Immers blijkt uit het ambtsbericht dat daders die personen voor seksuele doeleinden naar het buitenland verhandelen, in Nigeria strafbaar zijn en worden vervolgd. Wel overweegt de rechtbank dat in verband met de kwetsbaarheid van de vreemdeling (wat blijkt uit het medische rapport van de GGZ) en het feit dat de vreemdeling een alleenstaande vrouw is zonder sociaal netwerk, de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd dat zij haar dochter kan onttrekken aan de genitale verminking door zich in een ander deel van Nigeria te vestigen. Ook nu van de vreemdeling gezien de druk vanuit de gemeenschap een proactieve houding wordt verwacht.

Voorts heeft de staatssecretaris bij het beoordelen van een vestigingsalternatief, specifiek in het noordoosten van Nigeria, onvoldoende betrokken dat de vreemdeling christen is en uit het ambtsbericht blijkt dat in dit gebied veel geweld heerst door Boko Haram. Tot slot heeft de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd dat de vreemdeling zich tot NAPTIP kan wenden voor de voor haar noodzakelijke opvang.

Rb Haarlem, NL19.19717, 12.2.20

Rb: bij besluit over terugkeer naar Mali belang kind meewegen

... Verder heeft de vreemdeling een verloofde en kind met beide een Nederlandse nationaliteit, waarmee hij een gezinsleven wil opbouwen. ...De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris terecht in aanmerking mocht nemen dat de partner van de vreemdeling in Mali is opgegroeid, de cultuur kent en daarnaast is het gestelde privéleven van zijn partner in Nederland niet nader onderbouwd. Tevens mocht de staatssecretaris stellen dat gezien de jonge leeftijd van het kind de verwachting is dat hij zich snel in Mali zal aanpassen. Echter heeft de staatssecretaris de algehele onveilige situatie in Mali onvoldoende bij de belangenafweging in acht genomen, had hij onderzoek moeten doen naar de situatie waarin het kind terecht zal komen en had hij dit bij de belangenafweging moeten betrekken. Uit overgelegde informatie en bronnen blijkt bijvoorbeeld dat de situatie voor kinderen slecht is, er een binnenlands conflict gaande is, kinderen de grootste slachtoffer zijn van een gewelddadige crisis, ruim 300.000 kinderen geen onderwijs volgen en dat ruim 190.000 kinderen onder de vijf jaar acuut ondervoed zijn. Tot slot had de staatssecretaris moeten motiveren waarom uit de situatie niet volgt dat er sprake is van een ‘certain degree of hardship’.

Rb Haarlem, NL19.31691, 20.2.20

SvJ&V: Armenie telt als veilig land van herkomst, behalve voor LHBT

Op basis van deze beoordeling wordt geconcludeerd dat de situatie in Armenië zich niet verzet tegen het aanmerken als veilig land van herkomst, met uitzondering van LHBTI’s en personen die in strafrechtelijke detentie worden geplaatst. Wel zijn er nog onzekerheden ten aanzien van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechterlijke macht. Daarnaast speelt mee dat de verbeteringen in Armenië zich hebben ingezet in april 2018, wat een relatief recente datum is. Ik heb tevens laten meewegen dat uit de praktijk blijkt dat zeer weinig asielaanvragen van Armeniërs in aanmerking komen voor inwilliging. Met name in 2018 (het jaar van de ‘fluwelen revolutie’) en in 2019 is het percentage sterk gedaald. Op grond hiervan kom ik tot de conclusie dat de aanwijzing van Armenië als veilig land van herkomst en de toepassing van een versnelde asielprocedure te rechtvaardigen zijn. Ik heb daarom besloten toepassing te geven aan hetgeen ik in mijn brief van 16 december 2019 heb aangekondigd over het meewegen van inwilligingscijfers in de algehele afweging of ten aanzien van het betreffende land het beleid inzake veilige landen van herkomst zal worden toegepast.2 De eindconclusie is daarom dat Armenië kan worden aangemerkt als veilig land van herkomst, met uitzondering van LHBTI’s en personen van wie aannemelijk is dat ze in strafrechtelijke detentie zullen worden geplaatst.

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2020/03/27/tk-veilige-landen-van-herkomst-beoordeling-armenie/tk-veilige-landen-van-herkomst-beoordeling-armenie.pdf, 27.3.20

Rb: 18mnd termijn voor Dublinoverdracht loopt door bij asielverzoek tussendoor in ander land

Eiser kon niet worden overgedragen aan Malta omdat hij de overdracht frustreerde. Door vervolgens in de periode van 18 maanden een verzoek in te dienen in een derde lidstaat heeft eiser aan “asielshoppen” gedaan en dat is niet in overeenstemming met de bedoeling van de Dublinverordening.

De rechtbank volgt verweerder hierin niet. In de Dublinverordening is onvoorwaardelijk opgenomen dat de overdrachtstermijn tot maximaal 18 maanden kan worden verlengd als de vreemdeling is ondergedoken en de overdragende lidstaat verantwoordelijk wordt indien de overdracht niet binnen die termijn plaatsvindt. Uit de tekst blijkt niet dat dit anders zou zijn als eiser binnen die termijn in een andere lidstaat een verzoek heeft ingediend.

Nu sinds het eerste claimakkoord van Malta 18 maanden zijn verstreken, heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat de verantwoordelijkheid niet op Nederland is overgegaan.

Het beroep is gegrond.
Rb Haarlem NL20.3756, 19.3.20
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:2660

Rb (MK): Dublin-overdrachtstermijn niet opgeschort bij aanvraag regulier

Voor de vraag of een overdrachtstermijn wordt opgeschort is de Dublinverordening bepalend. ... De werking van een besluit om een asielverzoek niet in behandeling te nemen omdat een ander land op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is, wordt niet van rechtswege opgeschort, maar alleen na het treffen van een voorlopige voorziening. ... Eiseres heeft niet (binnen 24 uur na bekendmaking van het bestreden besluit) een verzoek om voorlopige voorziening tot schorsing van het bestreden besluit ingediend en er is dus ook geen voorlopige voorziening strekkende tot opschorting van de overdracht getroffen. De werking van het bestreden besluit is dus niet door een verzoek tot voorlopige voorziening opgeschort.

Verweerder meent dat het bezwaar tegen de afwijzing van de reguliere aanvraag de overdrachtstermijn eveneens opschort. Dat heeft verweerder namelijk bepaald in zijn beleid. Dit beleid is echter niet gebaseerd op enige bevoegdheid in de Nederlandse wet. ... Daarom geeft dit beleid geen grondslag voor het oordeel dat het bezwaar tegen de afwijzing van de reguliere aanvraag de uitvoering van het bestreden besluit en dus ook de overdrachtstermijn heeft opgeschort. De overdrachtstermijn is dus verstreken en Nederland is dus verantwoordelijk geworden voor de behandeling van de asielaanvraag van eiseres. De beroepsgrond van eiseres slaagt.

Rb Arnhem NL19.26819, 20.3.20
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:2498

Rb: minderjarige Dublinclaimant is mogelijk ten onrechte in Italie als meerderjarig geregistreerd

Eiser heeft in NL telkens verklaard dat hij zijn geboortedatum, [geboortedatum] 2002 , heeft opgeschreven toen hij in Sicilië aankwam, maar dat zijn geboortedatum vervolgens is gewijzigd in die van een meerderjarige met geboortejaar 1994, omdat hij anders geen medische behandeling kon krijgen. Eiser heeft vervolgens steeds tegen de Italiaanse autoriteiten gezegd dat hij minderjarig is, maar steeds werd hem gezegd dat het geen probleem was dat zijn geboortedatum niet klopte en werd hem de hulp geweigerd. Verweerder heeft deze verklaringen niet ongeloofwaardig geacht. De verklaringen van eiser komen ook overeen met de door hem in de gronden overgelegde informatie van Amnesty International en De Groene Amsterdammer. Ook blijkt uit de Kamervragen dat deze informatie bij verweerder bekend is. De rechtbank is van oordeel dat verweerder gelet op hetgeen hiervoor is overwogen onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij van de registratie in Italië uitgaat.

De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder ten onrechte geen leeftijdsonderzoek heeft aangeboden en dat hij met deze werkwijze in strijd met zijn beleid handelt. ...De stelling van verweerder dat de huidige werkwijze steeds is bevestigd door de Afdeling, kan naar het oordeel van de rechtbank niet slagen. Uit de door verweerder genoemde uitspraken volgt immers niet dat dit standpunt, dat verweerder in strijd met zijn eigen beleid geen leeftijdsonderzoek heeft aangeboden, eerder door een vreemdeling is ingenomen.

De beroepsgrond slaagt.
Rb Haarlem NL20.4689, 19.3.20
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:2669

SvJ&V: opschorting Dublin-uitzettingen tijdens corona

De afgelopen dagen hebben vele andere EU-lidstaten met betrekking tot de uitvoering van de EU-Dublinverordening besloten om de feitelijke overdrachten van asielzoekers tijdelijk op te schorten. Ingevolge is het tijdelijk niet mogelijk asielzoekers vanuit Nederland aan die landen over te dragen. Om het aantal reisbewegingen van asielzoekers te beperken, heb ik de maatregel genomen om tijdelijk alle in- en uitgaande Dublinoverdrachten op te schorten. Dit houdt in dat in ieder geval tot en met 6 april 2020 geen asielzoekers vanuit andere EU-lidstaten aan Nederland zullen worden overgedragen in het kader van de Dublinverordening. Vice versa zullen vanuit Nederland tijdelijk geen asielzoekers worden overdragen aan de andere EU-lidstaten. Het administratieve proces inzake de Dublinprocedure wordt wel zoveel mogelijk voortgezet.

kamerstuk 19637 nr. 2592, 20.3.20
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-19637-2592.html

Rechtbanken in Corona-tijden

Voor reguliere bestuursrechtzaken geldt dat alleen de voorlopige voorzieningen (alleen in geval van ‘superspoed’) doorgaan. Van de vreemdelingenzaken worden alleen bewaringszaken behandeld. Voor beide categorieën geldt dat dat zoveel mogelijk schriftelijk gebeurt. Zijn er nog vragen over een vreemdelingenzaak, dan kan de advocaat/procesvertegenwoordiger telefonisch worden gehoord. Alleen in uitzonderlijke gevallen is een fysieke zitting in de rechtbank mogelijk.

https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Rechtspraak-geeft-overzicht-van-urgente-zaken-die-wel-worden-behandeld.aspx, 16.3.20

Amsterdamse organisaties: 24-uursopvang nodig voor daklozen en ongedocumenteerden

Momenteel worden dagelijks tientallen daklozen en ongedocumenteerden overdag welkom geheten in opvangcentra en inloophuizen. Maar door de uitbraak van Covid-19 sluiten die nu steeds vaker de deuren. Zo heeft inloophuis Boost in Oost inmiddels de deuren gesloten. Het Wereldhuis aan de Nieuwe Herengracht is nog wel open, maar daar verzamelen zich nu steeds meer mensen in een kleine, slecht geventileerde ruimte, en ook deze hulporganisatie overweegt de deuren dicht te moeten doen.

Daarmee zouden tientallen mensen overdag geen plek meer hebben om te verblijven. De gemeentelijke nachtopvang blijft voorlopig nog wel open. Organisaties als het Rode Kruis Amsterdam, de Protestantse Diaconie en ASKV vragen om van de nachtopvang een 24-uursopvang te maken zodat alle ongedocumenteerden en andere daklozen permanent binnen kunnen blijven. “Om het virus enigszins het hoofd te kunnen bieden zijn rust en weerbaarheid essentieel – iets wat in een situatie van dakloosheid verre van gewaarborgd kan worden”, zeggen de veertien organisaties.

Ook vragen zij om de geplande ontruiming van de gekraakte parkeergarage Kempering in Zuidoost uit te stellen tot begin april. Hier zit een groep ongedocumenteerden verbonden aan We Are Here.

https://www.parool.nl/amsterdam/hulporganisaties-geef-ongedocumenteerden-en-daklozen-24-uursopvang~b78d0a3f/, 13.3.20

Rb: vrijlating want geen Dublin-uitzetting meer mogelijk naar Italie sinds 24feb

Italië heeft op 24 februari 2020, met verduidelijking op 25 februari 2020, aan verweerder laten weten dat overdrachten aan Italië tijdelijk worden opgeschort met het oog op te nemen voorzorgsmaatregelen in verband met het coronavirus. Verweerder heeft bij brief van 9 maart 2020 en ter zitting gewezen op bilateraal contact met de Italiaanse autoriteiten en overleg dat in de loop van deze week zal plaatsvinden in Europees verband en dat bij verweerder de verwachting bestaat dat de overdrachten na deze week kunnen worden hervat. Verweerder heeft ter zitting niet nader kunnen concretiseren waarop deze verwachting is gebaseerd, maar aangeboden zo nodig schriftelijk op vragen van de rechtbank te kunnen ingaan. Tegen de achtergrond van de recente verdere verspreiding van het coronavirus in Italië en de gisteren door Italië aangekondigde verdere beperkingen, is de rechtbank van oordeel dat thans onvoldoende zicht op overdracht bestaat binnen de resterende termijn. Daarbij betrekt de rechtbank dat de bewaring thans al ruim drie weken duurt en dat verweerder heeft toegelicht dat ten aanzien van Italië een week vooraankondigingstermijn voor feitelijke overdracht geldt. De rechtbank ziet geen aanleiding om nadere vragen te formuleren en daartoe een termijn te bieden. De bewaring is met ingang van heden onrechtmatig en dient te worden opgeheven.

Rb Amsterdam NL20.5038, 10.3.20
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:2291

Pagina's