Nieuws

RvS: 24u opvang Amsterdam bedoeld voor alle medisch kwetsbaren

De rechtbank heeft voor de instandlating van de rechtsgevolgen beslissend geacht dat haar ter zitting is gebleken dat het college voor de toets of sprake is van een medisch kwetsbare persoon als criterium gebruikt of de GGD bij klachten van psychische aard een crisisopvangindicatie heeft afgegeven of bij somatische klachten een ziekenboegindicatie. De vreemdeling voert echter aan dat de rol van de GGD bij de advisering aan het college in het kader van de BBB-voorziening niet beperkt is tot de toets of sprake is van een crisisopvang- of ziekenboegindicatie. Ook buiten die gevallen, te weten bij het voldoen aan het ruimere criterium van medische kwetsbaarheid, kan een ongedocumenteerde vreemdeling zich voor toelating tot de 24-uursopvang in de BBB-voorziening kwalificeren, aldus de vreemdeling.

Ter zitting heeft het college gewezen op het Uitvoeringsplan Programma Vreemdelingen 2.0 van juli 2016 (hierna: het Uitvoeringsplan). Volgens het Jaarplan 2017 vreemdelingenbeleid van 16 februari 2017 (hierna: het Jaarplan) heeft het college voor de groep meest kwetsbaren uitvoering gegeven aan een tweede motie van de gemeenteraad, aangenomen op 10 november 2016, om te voorzien in blijvende opvang voor vreemdelingen die wegens medische, waaronder psychische, problematiek 24-uursopvang nodig hebben. Uitgangspunt volgens het Uitvoeringsplan en het Jaarplan is dat de GGD op basis van een professionele medische inschatting maatwerk biedt. Dit houdt onder omstandigheden in dat ook ongedocumenteerde vreemdelingen met in algemene zin ernstige somatische en/of psychische problemen zonder een acute noodzaak tot ziekenboegplaatsing of crisisopvang in aanmerking konden komen voor 24-uursopvang in de BBB-voorziening dan wel in een andere opvanglocatie.

Het door het college in het besluit van 10 februari 2017 neergelegde en op de zitting van de rechtbank verwoorde standpunt dat voor toelating tot de blijvende 24-uursopvang is vereist dat de vreemdeling een crisisopvang- of ziekenboegindicatie van de GGD heeft, is hiermee niet in overeenstemming. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

De grief slaagt. Het hoger beroep is kennelijk gegrond.
RvS 201805930/1/V1, 26.6.19
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2019:2027

idem RvS 201805968/1/V1, 26.6.19
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2019:2028

NOS: helft van de uitzettingen gaat niet door

Bijna de helft van de pogingen om een uitgeprocedeerde asielzoeker terug te sturen, gaat op het laatste moment toch niet door. In 2016 ging nog 40 procent van de uitzettingen per vliegtuig niet door. In twee jaar tijd is dat gestegen tot 49 procent. Van de 6670 vluchten in 2018, werden er 3260 afgeblazen.

Uitzetvluchten (bron: Dienst Terugkeer en Vertrek)

 

GEBOEKTE TICKETS:

DOORGEGAAN:

GEANNULEERD:

2016

5220

3130

2090 (40%)

2017

6860

3710

3150 (46%)

2018

6670

3410

3260 (49%)

https://nos.nl/artikel/2292031-helft-uitzettingen-asielzoekers-per-vliegtuig-mislukt.html, 4.7.19

SvJ&V: geen uitzondering AVIM-controles voor mensen in de LVV

In beginsel geldt dat wanneer de politie een vreemdeling aantreft zonder rechtmatig verblijf, deze vreemdeling wordt overgedragen aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM). In de resultaatafspraken over de politiële migratietaken is wel ruimte geboden aan regionale prioriteiten, mits deze passen binnen het huidige vreemdelingrechtelijke kader. Indien op dit gebied strategische keuzes moeten worden gemaakt, onder andere ten aanzien van capaciteit, dan vindt hier overleg over plaats tussen politie, de minister van Justitie en Veiligheid en het bevoegd gezag.

De AVIM kan de toepassing van maatregelen bespreken in het lokale casusoverleg en de lokale stuurgroep waar zij lid van is. Ze zal daarbij de context betrekken van de betreffende vreemdeling en zijn begeleidingstraject. Het uitgangspunt is dat er geen rechts-ongelijkheid tussen onrechtmatig verblijvende vreemdelingen binnen en buiten Amsterdam mag ontstaan.

Antwoord Kamervraag, 1.7.19

WBV 2019/9: geen recht op afwachten vovo bij evident ongegronde aanvragen kinderpardon

Indien vreemdelingen een aanvraag indienen voor de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen terwijl op voorhand duidelijk is dat daar geen aanspraken op bestaan, dan ligt het in de rede te bepalen dat een vovo niet mag worden afgewacht. Daarbij kan in het bijzonder worden gedacht aan vreemdelingen die geen asiel hebben aangevraagd, vreemdelingen die niet voldoen aan de leeftijdseis of die geen vijf jaar in Nederland hebben verbleven. T.a.v. die afwijzingsgronden zullen er in bezwaar geen feiten of omstandigheden kunnen worden aangevoerd die aanleiding geven tot een andere conclusie.

Staatscourant 2019, 34157, 21.6.19
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2019-34157.html

Wetsvoorstel GL en PvdA: belang van het kind in vreemdelingenwet

De initiatiefnemers zijn van mening dat het belang van het kind verankerd moet worden in het vreemdelingenrecht, zoals dat reeds ook het geval is in het Nederlandse jeugd(straf)-recht. Migranten- en vluchtelingenkinderen hebben het recht op een verblijfsrechtelijke procedure waarin rekening wordt gehouden met hun specifieke belangen. Ze hebben het recht om verblijfsrechtelijke bescherming te krijgen wanneer hun ontwikkeling ernstig wordt bedreigd.

In lijn met het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State is gekozen voor het toevoegen van de mogelijkheid tot het verstrekken van een reguliere verblijfsvergunning wanneer het belang van het kind ernstig wordt bedreigd. Tevens wordt geregeld dat kinderen zoveel mogelijk voorrang krijgen in verblijfsrechtelijke procedures.

kamerstuk 34541:9, 26.6.19
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34541-9.html

RvS: staatssecretaris moet buitenschuld zelfstandig afwegen, ook bij negatief DT&V-advies

Niet in geschil is dat de vreemdeling geen positief zwaarwegend advies van de DT&V heeft overgelegd, terwijl het buitenschuldbeleid dat wel vereist. Hoewel de rechtbank terecht heeft overwogen dat de DT&V over specifieke expertise beschikt om te adviseren over buitenschuldsituaties, heeft zij niet onderkend dat het uiteindelijk aan de staatssecretaris en niet aan de DT&V is om te beoordelen of de vreemdeling aan de vereisten voor verlening van een verblijfsvergunning regulier op grond van het buitenschuldbeleid voldoet. De staatssecretaris kon de aanvraag dan ook niet afwijzen op de enkele grond dat de DT&V, een ambtelijke dienst van het ministerie van Justitie en Veiligheid, geen positief zwaarwegend advies heeft afgegeven. Hij heeft daarmee in het geheel niet gemotiveerd aan welke vereisten de vreemdeling nog moet voldoen om wél een verblijfsvergunning op grond van het buitenschuldbeleid te krijgen. Dit klemt te meer gelet op de vele inspanningen en pogingen die de vreemdeling al heeft verricht om zijn vertrek naar Benin te realiseren.

De grief slaagt. Het hoger beroep is kennelijk gegrond.
RvS 201808225/1/V2, 25.6.19
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2019:1973

Rb: benodigde zorg in Marokko onbetaalbaar

De staatssecretaris heeft het verzoek van vreemdeling om uitstel van vertrek afgewezen, omdat de benodigde behandeling aanwezig is in Marokko. De behandeling moet gecombineerd worden met mantelzorg/een professionele vorm van zorg aan huis. Ook dit is in Marokko aanwezig.

Ten aanzien van het beroep van vreemdeling op een mogelijke schending van artikel 3 EVRM, overweegt de rechtbank dat vreemdeling voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoeveel de benodigde behandelingen in Marokko kosten: ongeveer 500 euro per maand. Vreemdeling heeft verder aannemelijk gemaakt dat zijn familie hem niet financieel kan ondersteunen. Zijn twee broers verdienen ieder slechts 240 euro per maand. Gelet op het ziektebeeld (hallucinaties, angstig, moeilijk contact maken, geen overzicht houden) van vreemdeling is ook aannemelijk dat hij zichzelf niet financieel zal kunnen ondersteunen en evenmin voor zichzelf zal kunnen zorgen. Hij heeft hulp nodig bij algemene dagelijkse levensverrichtingen, in de vorm van mantelzorg. De broers van vreemdeling – die zelf niet de zorg voor vreemdeling op zich kunnen nemen vanwege hun werk en zorg voor hun kinderen – wonen 500 kilometer van het ziekenhuis waar volgens het BMA een professionele vorm van zorg aan huis aanwezig is, terwijl de nabije aanwezigheid van een sociaal netwerk in de vorm van familie voor vreemdeling vanwege zijn ziektebeeld van groot belang is.

Gelet op deze combinatie van omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het aannemelijk is dat vreemdeling zichzelf niet (financieel) zal kunnen redden in Marokko en daardoor geen toegang zal hebben tot de benodigde zorg. Beroep gegrond.

Rb Amsterdam, AWB 19/517 en AWB 19/518, 13.6.19

SvJ&V: procedure behandeling mensenhandel-aangifte Dublinclaimanten

Het aantal vreemdelingen, voornamelijk Dublinclaimanten, dat aangifte wil doen van mensenhandel is de afgelopen tijd sterk gestegen, waardoor bij sommige politie-eenheden de wachttijd voor het doen van aangifte opgelopen is tot enkele maanden. In een groot deel van deze aangiften (naar schatting 75%) heeft Nederland geen rechtsmacht, wat betekent dat de politie geen opsporingshandelingen kan verrichten, en een groot deel van de aangiften mensenhandel door vreemdelingen (naar schatting 90–95%) bevat geen opsporingsindicaties voor Nederland. Het gevolg is dat een groot deel van de capaciteit van de politie momenteel naar de behandeling van aangiften zonder opsporingsindicaties en/of rechtsmacht gaat, waardoor de opsporing en vervolging van kansrijke mensenhandel zaken in het geding komt.

Door de lange wachttijd bij de politie komt de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) in de knel met het uitvoeren van overdrachten van Dublinclaimanten aan de voor de behandeling van hun asielverzoek verantwoordelijke lidstaat. … Dit betekent niet dat voor Dublinclaimanten sprake is van een de facto aangiftestop. Het is ook niet zo dat een groep van ca. 200 mannen en vrouwen onder het Dublin-verdrag overgedragen worden zonder aangifte te kunnen doen. Integendeel er zijn in 2019 tot op heden circa 200 aangiften opgenomen, grotendeels aangiften van Dublinclaimanten. Door de politie wordt er te allen tijde naar gestreefd om verzoeken tot het opnemen van een aangifte mensenhandel zo snel mogelijk in behandeling te nemen. Als dit aantal wordt vergeleken met het totaal aantal opgenomen aangiften in 2018, ruim 300, geeft dit duidelijk de bovenmatige inspanningen van de politie weer.

Antwoord Kamervraag 3261, 2.7.19
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20182019-3261.html

zie voor aantallen Antwoord kamervraag 3260, 2.7.19
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20182019-3260.html

Info: er bestaat wel ouderenbeleid

In 2016 werd bekend dat de immigratie- en naturalisatiedienst (IND) apart beleid hanteert voor ouders van buiten de EU die “in hun laatste levensfase” verkeren. Deze ouders kunnen in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning in Nederland als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • Zeer hoge leeftijd. Als richtsnoer geldt in beginsel een leeftijd van 80 jaar of ouder. Doorslaggevend is echter dat iemand zich in de laatste levensfase bevindt.
  • De ouder is zorgbehoevend en/of hulpbehoevend.
  • De ouder is alleenstaand.
  • Alleen in Nederland zijn kinderen die de zorg voor de ouder op zich kunnen nemen.
  • Het kind of diens partner in Nederland heeft de Nederlandse nationaliteit of een vergunning voor onbepaalde tijd regulier of asiel.
  • Het kind of diens partner is in staat in het eigen onderhoud en dat van de ouder te voorzien. Er zijn voldoende middelen van bestaan.

Voor meer informatie: Everaert Advocaten

WBV 2019/9: sticker bij Chavez-aanvraag

De hoofdregel bij aanvragen voor toetsing aan het EU-recht (oa Chavez) luidt dat aan de aanvrager een sticker ‘verblijfsaantekeningen gemeenschapsonderdanen’ wordt verstrekt. Maar als op voorhand onvoldoende vaststaat dat het beroep op het EU-recht zal slagen, wordt een sticker ‘verblijfsaantekening algemeen’ verstrekt. Ook wordt een sticker ‘verblijfsaantekening algemeen’ verstrekt als er aanwijzingen bestaan dat het persoonlijke gedrag van de vreemdeling een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt

Staatscourant 2019, 34157, 21.6.19
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2019-34157.html

Pagina's