Nieuws

Aangenomen Motie Voordewind C.S.: heroverwegen zaken van bekeerlingen

De Kamer, gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de nieuwe werkinstructie voor de beoordeling van asielverzoeken van de lhbti's en bekeerlingen voor lhbti's kan leiden tot herbeoordeling van eerder genomen beslissingen in die gevallen dat de overwegingen vrijwel uitsluitend zagen op het bewustwordingsproces en/of zelfacceptatie;

overwegende dat in de brief aan de Tweede Kamer van 14 november jongstleden niet wordt ingegaan op de situaties waarin de nieuwe werkinstructie voor bekeerlingen zal leiden tot herbeoordelingen van de eerder genomen beslissingen zoals dat bij lhbti's wel het geval is;

verzoekt de regering, om bij herhaalde aanvragen van bekeerlingen van wie een eerdere bekering ongeloofwaardig is geacht, in die gevallen dat:

  • de overwegingen vrijwel uitsluitend zagen op het zich niet voorafgaand aan de bekering hebben verdiept in andere religies of stromingen,
  • en/of de overwegingen vrijwel uitsluitend zagen op een passieve bekering waar geen rekening mee is gehouden, de geloofwaardigheid van de bekering alsnog te beoordelen in lijn met de nieuwe werkinstructie,

en gaat over tot de orde van de dag.

kst 35000-VI: 66, 22.11.18
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35000-VI-66.html

Rb: procedure IND bij ontbrekende info bij hasa

De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris in zaken waarin de kennisgeving M35-O onvolledig is, sinds medio oktober 2018 een voornemen uitbrengt waarin hij verzoekt om nog ontbrekende informatie te verstrekken. Indien dit niet gebeurt, volgt een besluit tot buitenbehandelingstelling.

De vreemdeling heeft in met de zienswijze nieuwe stukken overgelegd en ontbrekende informatie aangevuld. De staatssecretaris had de aanvraag, uitgaande van de nieuwe werkwijze, dus niet met het bestreden besluit buiten behandeling mogen stellen. Het beroep is gegrond en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen, waarbij hij de in de zienswijze overgelegde stukken dient te betrekken.

Beroep gegrond.
Rb Arnhem, NL18.22396, 21.12.18

Rb: in Dublinprocedure niet doortoetsen op art64

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat eiseres afhankelijk is van haar in Nederland verblijvende dochter...

Wat betreft de subsidiaire beroepsgrond dat verweerder had moeten beoordelen of eiseres in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw 2000, overweegt de rechtbank dat verweerder in Dublinzaken niet ambtshalve hoeft door te toetsen aan artikel 64 van de Vw 2000. Indien eiseres van mening is dat zij in aanmerking komt voor uitstel van vertrek, kan zij een hiertoe strekkende aanvraag indienen.

Het beroep is ongegrond.
Rb den Haag NL18.19596, 27.11.18
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:14437

RvS: nog wel opvang beschikbaar voor kwetsbare Dublinclaimanten in Italie

Het is duidelijk dat het decreet een aantal veranderingen in de opvang van vreemdelingen in Italië tot gevolg heeft. Dit heeft, zoals de vreemdeling ter zitting heeft aangevoerd, tot een aantal incidenten geleid waarbij vreemdelingen uit de SPRAR-opvang zijn gezet. Zoals de staatssecretaris heeft toegelicht, en wat de vreemdeling niet betwist, heeft het decreet echter niet tot gevolg dat kwetsbare Dublinclaimanten geen opvang meer krijgen. Van belang is dat de staatssecretaris conform artikel 32 van de Dublinverordening melding blijft maken van de bijzondere behoeften en omstandigheden van een vreemdeling en de staatssecretaris de overdracht opschort zodra duidelijk is dat Italië daar niet aan kan voldoen. Evenmin leidt het decreet ertoe dat Dublinclaimanten zonder bijzondere omstandigheden geen opvang meer krijgen. De vreemdeling heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat het decreet leidt tot aan het systeem gerelateerde tekortkomingen in de opvang van Dublinclaimanten. Evenmin heeft de vreemdeling aannemelijk gemaakt dat op dit moment sprake is van een zodanige structurele verslechtering van de opvangomstandigheden in Italië dat Dublinclaimanten een reëel risico lopen op een behandeling die strijdig is met artikel 3 van het EVRM, omdat meer vreemdelingen een beroep moeten doen op de algemene opvanglocaties. Hierbij is mede in aanmerking genomen dat het aantal in 2018 in Italië gearriveerde vreemdelingen een stuk lager ligt dan in de voorgaande jaren.

Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat de staatssecretaris zich gelet op het decreet ondeugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat hij ten aanzien van Italië ten onrechte van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaat.

De grieven slagen. Het hoger beroep is gegrond.
RvS 201808522/1/V3, 19.12.18
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2018:4131

Rb: psychische problemen reden om niet aan Italie over te dragen

De rechtbank overweegt dat in de overgelegde brief van de psychiater onder meer wordt vermeld dat hij bekend is met PTSS en dat een psychotherapeutische behandeling dringend geïndiceerd is. Voorts wordt vermeld dat terugkeer naar Italië of zijn thuisland dringend wordt afgeraden gelet op het risico van verslechtering van zijn gezondheidstoestand en zijn suicidaliteit. De GGZ consulent schrijft dat hij lijdt aan PTSS waarvoor behandeling in de Specialistische Gezondheidszorg is geïndiceerd. Hij acht het noodzakelijk om zo spoedig mogelijk met de behandeling te beginnen. Verder merkt hij op dat de Dublinprocedure het toestandsbeeld geen goed doet. Er is eerder gerapporteerd in zijn medische dossier dat zijn instabiliteit toeneemt vanwege de Dublinclaim. Tevens wordt gerapporteerd dat de dreiging om zichzelf wat aan te doen aanwezig is. De staatssecretaris heeft de overgelegde documenten noch zijn verhaal over de in Duitsland doorgemaakte acute crisis bestreden.

De rechtbank oordeelt dat een overdracht een reëel en bewezen risico inhoudt op een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van zijn gezondheidstoestand. Aangenomen moet ook worden dat zijn acute crisis in Duitsland in verband stond met de toen voorgenomen overdracht. De rechtbank is dan ook van oordeel dat deze omstandigheden aanleiding hadden moeten zijn om nader onderzoek te verrichten, bijv. door het vragen van een BMA. De handelwijze dat de medische informatie voor overdracht aan de Italiaanse autoriteiten wordt gestuurd en er zonder tegenbericht vanuit wordt gegaan dat de Italiaanse autoriteiten in staat zijn passende opvang te bieden, volstaat niet.

Beroep gegrond.
Rb Roermond, NL18.21327, 21.12.18

SvJ&V: enkele legesbedragen per 1jan2019

I. Verblijfsdoel

II. Verlening of wijziging

III. Verlenging

a. ‘verblijf als familie- of gezinslid’

€ 171

€ 171

m. ‘studie’

€ 171

€ 171

p. ‘medische behandeling’

In het kader van ‘medische behandeling’ als bedoeld in artikel 3.46, vierde lid, van het Besluit € 0, overige € 1.033

In het kader van ‘medische behandeling’ als bedoeld in artikel 3.46, vierde lid, van het Besluit € 0, overige € 361

q. ‘tijdelijke humanitaire gronden’

In het kader van ‘buiten schuld’, met uitzondering van amv’s € 326, overige € 0

In het kader van ‘buiten schuld’, met uitzondering van amv’s € 326, overige € 0

s. ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’

In het kader van de regeling langdurig verblijvende kinderen € 164, overige € 1.033

In het kader van de regeling langdurig verblijvende kinderen € 164, overige € 361

t. alle overige verblijfsdoelen

€ 1.033

€ 361

Regeling nummer 2433902, 11.12.18 in Staatscourant Nr. 71186, 24.12.18
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2018-71186.html

zie ook de lijst in Kamerstuk 30573 nr. 169, 20.12.18
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30573-169.html

En zie voor alle tarieven: https://ind.nl/Paginas/Kosten.aspx

Rb: max 1jr kinderbijslag terugwerkende kracht ivm verblijf bij NLs kind

Eiseres heeft de Rwandese nationaliteit. Haar dochter, geboren in 2011, heeft de Nederlandse nationaliteit. De vader is niet in beeld.

In 2012 is een verzoek van eiseres om kinderbijslag op grond van de Algemene kinderbijslagwet (Akw) afgewezen. (…)  Op 1 september 2017 heeft eiseres wederom een aanvraag ingediend voor kinderbijslag. Op het ondertekende aanvraagformulier is aangegeven dat de Immigratie- en naturalisatiedienst (IND) heeft erkend dat eiseres recht heeft op een verblijfsvergunning sinds de geboorte van haar kind op [geboortedag] 2011.

Bij het primaire besluit van 5 januari 2018 is aan eiseres kinderbijslag toegekend vanaf het derde kwartaal van 2016. Hierbij heeft de SVB zich op het standpunt gesteld dat een nabetaling van kinderbijslag een terugwerkende kracht van maximaal één jaar heeft. Verweerder acht zich  niet bevoegd om perioden voorafgaand aan het derde kwartaal van 2016 te beoordelen....

Tussen partijen is in geschil of verweerder de beoordeling van de aanspraak op kinderbijslag van eiseres terecht heeft beperkt tot de periode van één jaar voorafgaande aan het herzieningsverzoek.

Ingevolge artikel 14, derde lid, van de Akw kan het recht op kinderbijslag niet vroeger ingaan dan één jaar voorafgaand aan de eerste dag van het kwartaal waarin de aanvraag werd ingediend.

Op grond van het Unierecht kan een rechtsplicht bestaan tot heroverweging van een in rechte onaantastbaar besluit, wanneer dit, gelet op de bijzonderheden van het betreffende geval en de betrokken belangen, nodig is om een evenwicht te bereiken tussen het vereiste van de rechtszekerheid en het vereiste van de rechtmatigheid uit het oogpunt van het Unierecht. Derhalve moet worden nagegaan of in de situatie van eiseres het niet beoordelen van het recht op kinderbijslag over eerdere kwartalen dan het derde kwartaal van 2016, kan worden gerechtvaardigd door de eerbieding van het rechtszekerheidsbeginsel, gelet op de gevolgen die daaruit voortvloeien voor de toepassing van het Unierecht en voor (de kinderen van) eiseres. Geconstateerd wordt dat het uitkeringsrecht van eiseres dat voortvloeit uit het EU-verblijfsrecht, voor de toekomst en voor een deel van het verleden geeffectueerd kan worden. Daarom is geen sprake van een met het Unierecht strijdige situatie van onbeperkte duur die niet wordt heroverwogen.

Nu eiseres op 1 september 2017 een nieuwe aanvraag voor kinderbijslag heeft gedaan is de peildatum 1 juli 2017. De maximale terugwerkende kracht is 1 jaar. Dat betekent dat eiseres recht heeft op kinderbijslag met ingang van het 3e kwartaal van 2016.

Het beroep is ongegrond.
Rb denBosch 18_1422, 22.11.18
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2018:5762

CRvB: lagere AIO-toeslag echtpaar met inwonende gehandicapte zoon zonder verblijfsrecht

Appellanten ontvangen een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) naar de norm voor gehuwden. Op hun adres staat ook ingeschreven de zoon van appellanten, die is geboren 1972 en had ten tijde hier van belang geen rechtmatig verblijf in Nederland. De Svb heeft de AIO-aanvulling vanwege toepassing van de kostendelersnorm met ingang van 1 juli 2015 verlaagd, omdat appellanten kosten kunnen delen met hun zoon....

Ingevolge artikel 47c, eerste lid, van de PW stemt de Svb de algemene bijstand als aanvullende inkomensvoorziening ouderen en de daaraan verbonden verplichtingen af op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende. Deze bepaling geeft inhoud aan één van de uitgangspunten van de PW, te weten dat de bijstand wordt afgestemd op de feitelijke behoeften in het individuele geval. Volgens vaste rechtspraak is voor een dergelijke afstemming slechts plaats in zeer bijzondere situaties (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 11 juli 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2494).

Voor de beoordeling of reden bestaat om af te stemmen hanteert de Svb een vaste gedragslijn. Ten tijde hier van belang werd als schrijnend geval aangemerkt de persoon die na aftrek van de vaste lasten niet meer dan € 250,- overhield of, bij twee personen, € 320,-. Op de Svb rust daarnaast de verplichting om, zo nodig, de algemene bijstand als AIO-aanvulling en de daaraan verbonden verplichtingen af te stemmen op de individuele omstandigheden, mogelijkheden en middelen van appellanten.

Vaststaat dat appellanten na toepassing van de kostendelersnorm maandelijks na aftrek van de vaste lasten een bedrag van € 619,84 tot hun beschikking hadden om te voorzien in de kosten van levensonderhoud. In dit geval is daarom geen sprake van een schrijnend geval. Ook anderszins is niet gebleken van een zeer bijzondere situatie op grond waarvan de Svb tot afstemming gehouden was.

CRvB 17-6891 PW, 26.11.18
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2018:3648

Amsterdam: onderdak ongedocumenteerden

Amsterdam richt 24-u opvang in voor 500 mensen. Zij mogen maximaal anderhalf jaar van de opvang gebruik maken en moeten in die tijd werken aan een oplossing. Dat kan legaal verblijf zijn, doormigratie naar een ander land of terugkeer naar hun eigen land. De nieuwe Amsterdamse 24-uursopvang moet half 2019 van start gaan en vervangt de huidige bed-, bad-, broodregeling.

De ongedocumenteerden worden opgevangen op 7 tot 10 locaties verspreid over de stad. Waar precies is nog niet bekend. Per locatie worden 50 tot 80 mensen in kleine woongroepen gehuisvest. Zij beheren de locatie zoveel mogelijk zelf, maar wel met woonbegeleiding. Omwonenden worden er vanaf het begin bij betrokken.

https://www.amsterdam.nl/actueel/nieuws/24-uursopvang/, 13.12.18
Zie het programma hier

SvJ&V: behandeling wetsvoorstel Terugkeer en Vreemdelingenbewaring in EK

Het minimum aantal wettelijke bezoekuren in het verblijfsregime is van twee naar vier uur gegaan en de termijn van binnenkomst, tijdens de welke een vreemdeling op de binnenkomst afdeling met het beheersregime verblijft, is verkort naar in beginsel een week. ....

In de praktijk zal ruimhartig worden omgegaan met verzoeken van een ingeslotene om bezoek te ontvangen. Mocht er in een bepaalde week weinig bezoek zijn aangevraagd, dan ligt het voor de hand dat binnen het rooster de vreemdelingen die daar prijs op stellen meer bezoek mogen ontvangen. Waar mogelijk wordt voldaan aan verzoeken om extra bezoek te mogen ontvangen, zeker teneinde afscheid te nemen wanneer een uitzetting aanstaande is. Verder biedt het wetsvoorstel het recht van de vreemdeling om 24 uur per dag te bellen en gebeld te worden en op de in de inrichting beschikbare Pc’s gebruik te maken van audiovisuele communicatie via internet (vergelijkbaar met Skypen en Facetime)....

Situaties die het beheersregime bij binnenkomst beoogt te voorkomen zijn bijvoorbeeld suïcidepogingen of agressie jegens personeel en andere vreemdelingen. De huidige populatie in vreemdelingenbewaring laat zien dat een aanzienlijk deel van de vreemdelingen de vrijheid en autonomie van het verblijfsregime niet aankan (ongeveer 30%). Deze groep meteen in het verblijfsregime zetten bij binnenkomst is onverantwoord....

In 2017 werd in 60% van de gevallen afzondering bij wijze van straf in de eigen kamer opgelegd en in 20% van de gevallen werd gekozen voor een waarschuwing of alternatieve straf. Ook met het opleggen van ordemaatregelen wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van de eigen kamer (43% in 2017). Het advies van een gedragsdeskundige is hierbij doorslaggevend. ....

Visitatie (visuele schouw) vindt alleen nog in uitzonderlijke gevallen plaats.

Met het oog op een effectieve inzet van de bij de overheid beschikbare informatie voorziet het wetsvoorstel in de bevoegdheid van de directeur van de inrichting om in individuele gevallen persoonsgegevens aan de DT&V te verstrekken. De DT&V kan de gegevens alleen inzetten bij het terugkeerproces, voor zover de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling nog niet bekend zijn of nog niet voldoende aangetoond. Het gaat hier met name om bezoek- en belgegevens van vreemdelingen. Deze gegevens kunnen een belangrijke aanwijzing geven over de identiteit en nationaliteit van een vreemdeling. Indien iemand regelmatig bezocht wordt door personen met een bepaalde nationaliteit en ook vaak belt naar het land van deze nationaliteit, dan kan dat voor DT&V een aanleiding vormen hier met de betreffende vreemdeling het gesprek over aan te gaan. Bij de belgegevens gaat het om nummergegevens, meer specifiek de eerste vier cijfers van het gebelde nummer of de ontvangen oproep (landen code). Van bezoekers worden, op grond van artikel 29, derde lid, van het voorstel enkele gegevens geregistreerd ten behoeve van de handhaving van de orde en veiligheid in de inrichting.

In 2017 deden zich zes situaties voor waarin een minderjarige voor één tot enkele dagen in afzondering is geweest. In 2018 ging het tot en met augustus om drie gevallen. Het betrof in deze situaties alleenstaande minderjarige vreemdelingen (hierna amv’s) in de leeftijd van 16 en 17 jaar.

Kamerstuk 34309 nr. C, 13.12.18
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34309-C.html

Pagina's