Nieuws

Rb: onvoldoende bewijs risico bij terugkeer naar Marokko na huiselijk geweld

De rechtbank overweegt dat uit de overgelegde stukken niet volgt dat vanuit de familie van eiseres een dreiging uitgaat noch dat familieleden haar niet kunnen of willen opvangen na de verbreking van haar huwelijk ivm huiselijk geweld. Eiseres heeft niet met stukken onderbouwd en aannemelijk gemaakt dat er in Marokko een dreiging aanwezig is en dat eventueel de autoriteiten haar niet kunnen beschermen tegen de dreiging.

Rb den Haag AWB - 19 / 3508, 27.2.20
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:1007

SvJ&V: buitenschuld aantallen

Het aantal aangevraagde en verleende buitenschuldvergunningen.

 

Aanvragen

Verleningen

2017

50

10

2018

50

20

2019

70

30

antwoord kamervraag 1934, 3.3.20
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20192020-1934.html

RvS: wel insuline toegankelijk in Nigeria

Zoals de staatssecretaris in het besluit van 31 juli 2018 en het verweer in beroep terecht heeft opgemerkt, hebben de vreemdelingen ter onderbouwing van hun standpunt dat zij de medische kosten niet kunnen betalen alleen verwezen naar algemene informatie over het minimumloon in Nigeria en gesteld dat zij geen beroep kunnen doen op familieleden. Daarmee hebben zij niet aannemelijk gemaakt dat zij niet beschikken over financiële middelen en dat er geen familieleden, sociaal netwerk of charitatieve instellingen zijn die zij kunnen aanspreken om hen financieel bij te staan om de (bijkomende) medische kosten of de ziektekostenverzekering te voldoen.

Verder heeft de staatssecretaris in dat besluit en het verweer in beroep terecht opgemerkt dat de vreemdelingen niet aannemelijk hebben gemaakt dat het niet mogelijk is een ziektekostenverzekering voor de vreemdeling af te sluiten. Dat zorgverzekeraars een wachttermijn kunnen hanteren, betekent nog niet dat de medische zorg alleen al daarom voor hem feitelijk niet toegankelijk is. De vreemdelingen hebben namelijk niet aannemelijk gemaakt dat zij deze periode niet kunnen overbruggen door de medische kosten tijdelijk zelf of met hulp van anderen te betalen.

Ook heeft de staatssecretaris zich in dat besluit terecht op het standpunt gesteld dat de vreemdelingen niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij niet in de nabijheid van de medische voorzieningen in Lagos kunnen gaan wonen. Uit het arrest Paposhvili kan niet worden afgeleid dat dit niet van de vreemdelingen kan worden gevraagd. De omstandigheid dat zij de kosten voor een huurwoning in dezelfde wijk als waar de medische voorzieningen gelegen zijn niet kunnen opbrengen, betekent nog niet dat zij elders in of nabij Lagos geen woonruimte kunnen bekostigen, zo mogelijk met hulp van anderen.

De staatssecretaris klaagt daarom terecht dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het op zijn weg lag om de twijfel over een mogelijke schending van artikel 3 van het EVRM weg te nemen.

De grief slaagt. Het hoger beroep is gegrond.
RvS 201900844/1/V3, 25.2.20
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2020:567

Rb: geen Chavez voor Indonesische moeder van NLs kind wat al lang in NL woont; wel oordeel ongelijke behandeling mvv-vereisten in vergelijking met 'westerse' herkomstlanden

Vreemdelinge is getrouwd met referent die de Nederlandse nationaliteit heeft. Zij hebben samen een dochter die 9 jaar oud is en de Nederlandse nationaliteit heeft. Zij is samen met vader/referent naar Nederland gekomen toen ze 3 jaar oud was. Haar mvv-aanvraag is afgewezen omdat zij niet voldoet aan het inburgeringsvereiste. Voorts heeft ze onvoldoende aangetoond dat haar dochter het grondgebied van de EU zou moeten verlaten als aan eiseres geen verblijfsrecht wordt verleend.

De rechtbank overweegt dat het inburgeringsvereiste terecht mocht worden tegengeworpen.

In de uitspraak van 31 januari 2006 (ECLI:NL:RVS:2006:AV1445) heeft de hoogste Nederlandse rechter geoordeeld dat het onderscheid naar nationaliteit bij toepassing van het mvv- en inburgeringsvereiste wordt gemaakt ter bescherming van de Nederlandse economische orde. De rechtbank is van oordeel dat vreemdelinge terecht heeft aangevoerd dat hiermee alleen is geoordeeld dat het onderscheid een doel dient, maar niet is beoordeeld of dat doel gerechtvaardigd is, of het onderscheid een geschikt middel is voor het bereiken van dat doel en of tussen het middel en het doel een redelijke mate van evenredigheid is. Het besluit bevat op dit punt een motiveringsgebrek. Beroep van vreemdelinge is gegrond.

Tussenuitspraak Rb Utrecht, AWB 19/2786-T, 29.11.29
Einduitspraak Rb Utrecht, AWB 19/2786, 25.2.20

HvJ EU: individuele beoordeling verplicht mbt inkomen bij aanvraag gezinsvorming

1. Artikel 20 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het eraan in de weg staat dat een lidstaat een verzoek om gezinshereniging, wanneer het wordt ingediend door de echtgenoot-derdelander van een Unieburger die de nationaliteit van die lidstaat bezit en nooit gebruik heeft gemaakt van zijn recht op vrij verkeer, afwijst op de enkele grond dat de Unieburger voor zichzelf en zijn echtgenoot niet over voldoende bestaansmiddelen beschikt om te voorkomen dat zij ten laste komen van het nationale socialebijstandsstelsel, zonder dat is onderzocht of tussen beiden een zodanige afhankelijkheids-verhouding bestaat dat bij weigering van een afgeleid verblijfsrecht aan de echtgenoot, de Unieburger gedwongen zou zijn het grondgebied van de Unie als geheel te verlaten en aldus het effectieve genot zou verliezen van de belangrijkste rechten die hij aan zijn status ontleent.

2. Artikel 20 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat er van een afhankelijkheidsverhouding die grond oplevert voor de toekenning van een afgeleid verblijfsrecht op basis van dit artikel, niet reeds sprake is op de enkele grond dat de onderdaan van een lidstaat, die meerderjarig is en nooit gebruik heeft gemaakt van zijn recht op vrij verkeer, en zijn echtgenoot, die meerderjarig en derdelander is, gehouden zijn om samen te leven krachtens de verplichtingen die uit het huwelijk voortvloeien overeenkomstig het recht van de lidstaat waarvan de Unieburger onderdaan is.

HvJEU, C‑836/18, (Subdelegación del Gobierno en Ciudad Real), 27.2.20
http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf;jsessionid=2045C25D8ED821C029726928811430B9?text=&docid=223844&pageIndex=0&doclang=NL&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=2461092

SvJ&V: speciaal project versnelde afhandeling Nigeriaanse asielzoekers

Mevrouw Becker (VVD) heeft gewezen op het grote aantal asielzoekers in 2019 uit Nigeria dat geen recht heeft op asiel en gevraagd wat daaraan kan worden gedaan. Ik kan uw Kamer melden dat ik de op dit punt geuite zorg over de instroom van Nigeriaanse asielzoekers deel. Dat is waarom op dit moment een pilot wordt voorbereid om te kijken of deze zaken versneld kunnen worden afgedaan. Daarbij zal tevens worden bezien of het opportuun is de Dublinzaken van Nigeriaanse asielzoekers (deels) als Nederland zelf af te doen en af te zien van de Dublinclaim, met als doel directe terugkeer naar Nigeria te realiseren. Ik tracht de eerste resultaten na het mei-reces met uw Kamer te delen.

kst 19637 nr. 2589, 10.3.20
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-19637-2589.html

RvS: risico Ahwazi bij terugkeer naar Iran

Ter onderbouwing van zijn betoog dat hij door de deelname aan de demonstraties bij terugkeer naar Iran gevaar loopt, heeft de vreemdeling in hoger beroep gewezen op het rapport 'Country Policy and Information Note Iran: Ahwazis and Ahwazi political groups' van het UK Home Office van juni 2018 en de nieuwere versie van het rapport van januari 2019. Daarin staat dat het aannemelijk is dat de Iraanse autoriteiten in Londen met regelmaat demonstranten op de foto zetten en dat er aanwijzingen zijn dat aanhangers van het regime of mensen die zich om andere redenen gedwongen voelen met het regime mee te werken naar grote hoeveelheden foto's kijken om de mensen daarop te identificeren. De vreemdeling trekt terecht een parallel met de bijzondere aandacht van de Iraanse autoriteiten voor Ahwazi in Nederland, waar het hoofdkwartier van de Arab Front for the Liberation of Al-Ahwaz is gevestigd, waar The Arab Struggle Movement for the Liberation of Al-Ahwaz (hierna: de ASMLA) is gevestigd en actief is en waar twee Ahwazi-activisten zijn gedood, waarbij er sterke aanwijzingen zijn dat Iran daarbij betrokken is geweest (brief van 8 januari 2019, Kamerstukken II 2018/19, 35 000 V, nr. 56).

Weliswaar heeft de rechtbank terecht overwogen dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de vreemdeling zelf geen vooraanstaande Ahwazi-activist is, maar er is een voortdurende verhoogde aandacht van de Iraanse autoriteiten voor Ahwazi in Nederland, van wie sommigen beveiligd worden. De staatssecretaris moet daarom mede in het licht van de toegenomen binnenlandse onrust in Iran toch beter onderbouwen waarom de vreemdeling door zijn deelname aan pro-Ahwazi demonstraties in Nederland, onder meer bij de Iraanse ambassade in Den Haag en onder meer naar aanleiding van de dood van de voorzitter van de ASMLA in Nederland, niet in de negatieve belangstelling van de Iraanse autoriteiten is komen te staan. In zoverre slaagt de grief.

Het hoger beroep is gegrond.
RvS 201901562/1/V2, 3.3.20
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2020:640

Rb: geen zelfstandige status Eritrese nareizigster want illegale uitreis niet bewezen

De staatssecretaris heeft de asielvergunning van de vreemdeling ingetrokken, omdat is gebleken dat zij geen werkelijk huwelijks- of gezinsleven meer onderhoudt met haar toenmalige partner. De staatssecretaris heeft in de zelfstandige asielprocedure van de vreemdeling al geoordeeld dat zij bij terugkeer naar Eritrea geen risico loopt op schending van art. 3 EVRM, omdat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij Eritrea op illegale wijze is uitgereisd. De staatssecretaris heeft terecht geen aanleiding gezien nader onderzoek te verrichten naar de situatie van de vreemdeling bij aankomst in Eritrea.

Rb Zwolle, NL19.25088, 26.2.20

VN HRC: risico atheistische Hazara bij terugkeer naar Afghanistan

The author, of Hazara ethnic origin, fled from Afghanistan to Iran at the age of five years old. In 2015, the applicant arrived in Sweden at the age of 17 and converted to atheism. His asylum application was rejected and an order was made for his expulsion. All subsequent appeals were rejected. In 2017, the applicant applied for a temporary residence permit on the grounds that his mental and physical health was worsening, and that his Hazara ethnic origin and conversion to atheism would expose him to an increased risk of ill-treatment and death if returned to Afghanistan. The Migration Board denied this request and refused to re-examine the issue without the opportunity to provide oral evidence. 
The author complained that his deportation to Afghanistan would constitute a violation of Articles 6 and 7 ICCPR.

The Committee acknowledged that the author's atheist beliefs had been publicized on social media and online news outlets. As such, it is highly likely that his identity would be known in the event of return to Afghanistan. It was therefore reasonable for an in-depth examination of circumstances in relation to his conversion to have been carried out by the domestic authorities. Furthermore, the Committee noted due to the author's intersecting forms of vulnerability, i.e., his deteriorating health and suicidal ideation, his ethnic origin, and lack of a support network in Afghanistan, that there is a real risk the author would face ill-treatment in the event of return. As such, the Migration Court had failed to adequately assess the real, personal and foreseeable risk of ill-treatment in the event of his return. The Committee held that, if implemented, his return would amount to a violation of Articles 6 and 7 ICCPR. Furthermore, it held that the State party is under an obligation review the author's case, and to refrain from expelling the author while his request for asylum is being reconsidered.

Q.A v Sweden CCPR/C/127/D/3070/2017, 20.2.20
https://undocs.org/CCPR/C/127/D/3070/2017

EHRM: IM geen Dublinoverdracht naar Italie voor Nigeriaan met PTSS

Het betreft een jonge man uit Nigeria met een PTSS. Het Hof heeft een interim measure getroffen in afwachting van informatie van de Nederlandse en Italiaanse overheid. De vreemdeling mag niet worden overgedragen naar Italië, totdat de Italiaanse overheid kan aantonen dat zij psychische zorg bieden aan asielzoekers en welke stappen zij ondernemen m.b.t. de toegang tot psychische zorg wanneer de Nederlandse overheid een verzoek doet tot overdracht o.g.v. de Dublinverordening.

24.2.20

Pagina's