In het vertrekgesprek van 8 december 2025 heeft eiser voor het eerst gehoord dat er geen beroep was ingesteld tegen het besluit dat verweerder had genomen op zijn aanvraag. Zijn asieladvocaat had een fout gemaakt en de termijn om rechtsmiddelen in te dienen laten verlopen. Eiser is daarop direct met zijn asieladvocaat en in overleg met het COA aan een nieuwe asielaanvraag gaan werken. Op 13 januari 2026 heeft eiser een dagkaart van het COA ontvangen om naar Ter Apel te reizen voor het indienen van zijn nieuwe asielaanvraag. ….
Het komt de rechtbank niet onaannemelijk voor dat de voorbereiding van de nieuwe asielaanvraag enige tijd in beslag heeft genomen en dat eiser daardoor die aanvraag niet eerder kon indienen. Dit mede gelet op de feestdagen eind december. Naar het oordeel van de rechtbank is er dan ook geen sprake van een plotselinge nieuwe asielaanvraag om uitzetting te frustreren, maar is het een ongelukkige samenloop van omstandigheden dat eiser op de dag dat hij naar Ter Apel zou afreizen om zijn nieuwe aanvraag in te dienen in bewaring is gesteld. Hoewel uit de bewaringsgronden op zichzelf een risico op onttrekking volgt, wordt dit risico naar het oordeel van de rechtbank gerelativeerd door de aannemelijke verklaring van eiser over het voortzetten van zijn opvang tot hij zou afreizen naar Ter Apel. Eiser was ervan uitgegaan dat hij de behandeling van zijn nieuwe aanvraag in een AZC zou kunnen afwachten en wil dat ook. De rechtbank constateert verder dat verweerder op de zitting niet heeft betwist dat eiser zich aan alle afspraken met DT&V en het COA en aan zijn meldplicht heeft gehouden.
Gelet op dit alles, bezien in samenhang met de overige omstandigheden in deze zaak, is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich niet deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de bewaring nog steeds noodzakelijk is en dat er thans geen andere, minder ingrijpende, maatregelen mogelijk zijn om het (gerelativeerde) risico op onttrekking te ondervangen.
Het beroep is gegrond.
Rb Rotterdam NL26.2453, 22.1.26
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:1305