Nieuws

Rb: GBA-inschrijving terecht geweigerd voor vader NLs kind met afgewezen Chavez-procedure

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in dit geval op goede gronden aangenomen dat eiser aan artikel 20 van het VWEU geen rechten kan ontlenen. Daarbij is van belang dat de staatssecretaris al had geoordeeld dat eiser niet op grond van Chavez rechtmatig verblijf had. Verweerder mocht hiervan bij de beoordeling in beginsel dan ook uitgaan. Alleen onder bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld als het besluit evident onjuist is of als er aanleiding bestaat voor nader onderzoek, kan in een dergelijke situatie aanleiding bestaan om hierop een uitzondering te maken. Die situatie doet zich naar het oordeel van de rechtbank hier niet voor.

Rb Almere UTR 18/4570. 30.7.19
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:6654

Uitstroom VBL en GL, 2010-2020

 

VBL

GL

gedwongen naar lvh

4,4%

5%

vrijwillig naar lvh

31%

11%

MOB

34%

0%

gedwongen beëindigd, illegaal

4%

19%

gedwongen beëindigd, in caseload

23%

41%

status

0%

20%

aantal personen

12.840

12.180

Antwoord WOB verzoek, juli 2021

SvJ&V: terugkeerspoor en terugkeerbelemmeringen

Gebleken is dat dit jaar (tot medio juni) ca. 550 vluchten geannuleerd moesten worden in verband met het weigeren van een COVID-test. Dit aantal is tot dusver elke maand toegenomen. De afgelopen maanden (medio maart – medio juni) moesten ook circa 120 bewaringen worden opgeheven omdat (mede) niet werd meegewerkt aan de afname van een COVID-test. Daarnaast is het aannemelijk dat om genoemde reden ook tientallen Uiterste Overdracht Data (UOD’s) in Dublinzaken zijn verlopen, waardoor overdracht aan een andere Europese lidstaat niet meer mogelijk is.

De mogelijkheid bestaat dat herkomstlanden in de toekomst (ook) een vaccinatiebewijs zullen verzoeken of voorwaardelijk zullen maken aan de terugname van onderdanen.

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2021/07/07/tk-diverse-onderwerpen-migratiebeleid/tk-diverse-onderwerpen-migratiebeleid.pdf, 7.7.21

De Staat van Migratie 2021: vertrek DT&V

 

 

 

2019

2020

 

Aantoonbaar vertrek

gedwongen

land van herkomst

1.180

760

-36%

Dublin

1.390

740

-47%

ander land

210

150

-28%

totaal

2.780

1.650

-41%

zelfstandig

land van herkomst

3.240

1.980

-39%

Dublin

1.050

540

-48%

ander land

190

100

-46%

totaal

4.480

2.630

-41%

niet-aantoonbaar vertrek

zelfstandig zonder toezicht

Dublingroep

3.870

2.040

-47%

totaal

9.860

6.880

-30%

niet-vertrokken

overig

vergunning

1.590

560

-65%

proc/ adm uitstroom

3.080

2.970

-3%

totaal

4.670

3.530

-24%

totaal

 

 

21.780

14.690

-33%

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/migratie/documenten/rapporten/2021/07/07/staat-van-migratie-2021, 7.7.21

SvJ&V: afdoening kinderpardon

 

afdoening kinderpardon

totaal aantal kinderen

inwilliging

569

afwijzing

439

overig

92

totaal

1100

 

afwijzingscriterium kinderpardon

aantal hoofdpersonen (kinderen)

geen asielaanvraag of minder dan 5jr vóór het 18de levensjaar ingediend

118

geen 5jr verblijf in NL na asielaanvraag

89

te lang uit beeld van de Rijksoverheid

43

overig

62

totaal

312

 

Een vreemdeling wordt geacht in beeld te zijn geweest, als hij zich niet langer dan drie maanden heeft onttrokken aan de IND, DT&V, COA of AVIM of, in het geval van alleenstaande minderjarige vreemdelingen, van voogdijinstelling Nidos. Dit geldt niet als de vreemdeling tijdens de buiten beeld-periode wél beschikbaar was voor vertrek en de daadwerkelijke verblijfplaats bekend was bij de IND, DT&V, COA of AVIM.

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2021/07/08/antwoorden-kamervragen-over-het-bericht-strenge-wet-dupeert-asielkinderen/antwoorden-kamervragen-over-het-bericht-strenge-wet-dupeert-asielkinderen.pdf, 8.7.21

Rb: PTSS behandeling in Afghanistan mogelijk maar mantelzorg niet

Het BMA heeft geconcludeerd dat in Afghanistan behandeling door een psychiater mogelijk is en dat ook de in Nederland gebezigde medicatie, met een alternatief voor topiramaat (doxazosine), aanwezig is. …

Eiseres heeft betoogd dat het voor haar niet mogelijk is om mantelzorg te verkrijgen vanuit een instantie in Afghanistan en dat mantelzorg zoals die in Nederland bekend is, in Afghanistan niet wordt aangeboden.

In het door verweerdere gevoerde beleid is opgenomen dat zorg zoals gegeven bij mantelzorg ook verleend kan worden door medewerkers van professionele (thuis)zorg. Verweerder heeft zich bij verweerschrift en bestreden besluit gebaseerd op het BMA-advies. In dit advies is afgeleid dat mantelzorg in de vorm van aanwezigheid van professionele zorg aan huis of andere vormen van professionele zorg aanwezig is vanuit het Ali Abad Hospital. De rechtbank leest in het bijgevoegde brondocument achter 'assisted living/home assistence / care at home by a (psychiatric) nurse ' echter het volgende: 'Not available.'

Gelet hierop heeft verweerder niet deugdelijk gemotiveerd de conclusie getrokken dat medische behandeling in het land van herkomst beschikbaar is.

Het beroep is gegrond en het bestreden besluit dient te worden vernietigd.
Rb Groningen AWB 20/7689, 1.4.21

RvS: behandeling mogelijk in Nigeria, maar niet toegankelijk want beperkt zelfredzaam

De vreemdeling, van Nigeriaanse nationaliteit, wil uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw 2000. De vreemdeling heeft psychische klachten die voortkomen uit een posttraumatische stressstoornis en een depressieve stoornis, suikerziekte, gecompliceerd met een neuropathie van de benen, sikkelcelziekte, longklachten op basis van astma en diverse pijnklachten, en staat voor deze klachten onder behandeling in Nederland. Bij het uitblijven van behandeling van de suikerziekte en de sikkelcelziekte, kan volgens het Bureau Medische Advisering (hierna: het BMA) een medische noodsituatie ontstaan. Afgezien van EMDR-therapie, die kan bijdragen aan de verbetering van de posttraumatische stressklachten, is behandeling voor alle medische klachten mogelijk in de woonplaats van de vreemdeling in Nigeria. Deze uitspraak gaat over de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de door de vreemdeling benodigde behandeling voor hem feitelijk toegankelijk is in Nigeria....

Volgens het BMA-advies heeft de vreemdeling veel en ernstige medische klachten op zowel mentaal als fysiek vlak, die invloed op elkaar hebben, en waarvoor hij behandeling nodig heeft. Partijen zijn het erover eens dat de vreemdeling kwetsbaar is, zich daarom bevindt in een 24-uurs opvang, en dat bij het uitblijven van behandeling van de suikerziekte en sikkelcelziekte een medische noodsituatie kan ontstaan. … Gelet op het samenstel van fysieke en psychische klachten is aannemelijk dat de vreemdeling beperkt zelfredzaam is. Uit de van het BMA verkregen informatie over de beschikbaarheid van medische zorg in Nigeria en uit de brief van de hematoloog in Nigeria leidt de Afdeling af dat de vreemdeling voor de zorg die hij nodig heeft bij verschillende instellingen moet zijn. Met de overgelegde informatie heeft de vreemdeling aannemelijk gemaakt dat hij zelf niet in staat zal zijn te organiseren dat hij de nodige zorg tijdig krijgt. Daarom heeft de rechtbank niet onderkend dat de staatssecretaris ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij de vreemdeling in staat acht bij aankomst in Nigeria zijn eigen behandeling in gang te zetten. Dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij voor de kosten van zijn medicatie geen hulp van familie kan vragen, is, gelet op het samenstel van fysieke en psychische klachten van de vreemdeling, van ondergeschikt belang. Onder deze omstandigheden is het aan de staatssecretaris om de twijfel over een mogelijke schending van artikel 3 van het EVRM weg te nemen. De grief slaagt.

Het hoger beroep is gegrond.
RvS 202004434/1/V1, 1.7.21
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2021:1425

Rb: verblijf bij partner, ondanks ontbreken paspoort voor Armeens/ Azerbeidzjaans/ Russische man

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich ondeugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser zich onvoldoende heeft ingespannen om in het bezit van een paspoort te komen zodat hij niet in aanmerking komt voor vrijstelling van het paspoortvereiste. …Bezien in samenhang met de veelvuldige en onsuccesvolle presentaties bij de drie ambassades en het document van het kinderziekenhuis heeft verweerder niet inzichtelijk gemaakt waarom nog steeds redelijkerwijs van eiser zou mogen worden verwacht dat hij meer bescheiden en gegevens overlegt, dan wel dat hij daartoe meer inspanning moet leveren….

Niet in geschil is dat eiser privéleven heeft opgebouwd gedurende de jaren die hij in Nederland heeft verbleven. Ook is niet in geschil dat er familieleven bestaat tussen eiser, zijn echtgenote en zijn zoon. Verweerder moet daarom een belangenafweging maken tussen het belang van eiser bij uitoefening van het recht op privéleven in Nederland en het algemeen belang van de Nederlandse samenleving bij het voeren van een restrictief toelatingsbeleid. Hierbij moet verweerder alle relevante feiten en omstandigheden kenbaar betrekken.....

De rechtbank is van oordeel dat verweerder onterecht de mogelijkheid van familieleven in het land van herkomst in de afweging heeft betrokken nu verweerder eveneens heeft tegengeworpen dat het land van herkomst niet is komen vast te staan. Verweerder heeft dan ook onvoldoende gemotiveerd gesteld dat er geen belemmeringen bestaan om het familieleven in het land van herkomst uit te oefenen. Daarnaast heeft verweerder onvoldoende kenbaar in het besluit betrokken dat aan eiser sinds zijn verblijf in Nederland, ondanks veelvuldige pogingen van eiser en DT&V, geen document voor grensoverschrijding is afgegeven.

Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit.
Rb Middelburg AWB 20/6410, 30.6.21
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:6897

SvJ&V: nieuw beleid Turkije

De formulering van de risicogroep ' personen uit Turkije die actief zijn in de politiek, journalistiek of op het gebied van mensenrechten en daarbij significant kritiek uiten op de autoriteiten en om die reden in de negatieve aandacht van de autoriteiten staan' wordt aangepast door de zinsnede ‘en om die reden in de negatieve aandacht van de autoriteiten staan’ te schrappen. Vreemdelingen die immers op basis van het behoren tot deze risicogroep voor een verblijfsvergunning in aanmerking willen komen, dienen dat met geringe indicaties aannemelijk te maken. Deze indicaties kunnen onder omstandigheden bestaan uit reeds ondervonden negatieve aandacht.

Daarnaast zal ik ter verduidelijking in het beleid ten aanzien van Gülenisten opnemen dat indien van geringe indicaties niet is gebleken, de risico’s bij terugkeer zullen worden beoordeeld in het licht van de diffuse en slechte situatie die gekenmerkt wordt door willekeur jegens (toegedichte) Gülenisten van de zijde van de Turkse autoriteiten.

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2021/07/08/tk-landenbeleid-turkije/tk-landenbeleid-turkije.pdf, 8.7.21

RvS: UNWRA biedt onvoldoende bescherming in Gaza

De rechtbank heeft overwogen dat de UNRWA niet meer in staat is in de Gazastrook levensomstandigheden te bieden die stroken met haar opdracht en dat de vreemdeling in de Gazastrook verkeerde in een persoonlijke situatie van ernstige onveiligheid. De rechtbank is daarom tot de conclusie gekomen dat de uitsluitingsgrond van artikel 1(D) van het Vluchtelingenverdrag niet langer op de vreemdeling van toepassing is….

Artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag is in het Unierecht geïncorporeerd in artikel 12, eerste lid, onder a, van de Kwalificatierichtlijn. In het arrest Alheto heeft het Hof overwogen dat artikel 12, eerste lid, onder a, tweede volzin, van de Kwalificatierichtlijn van toepassing is als:

  • de betrokken staatloze Palestijn in een persoonlijke situatie van ernstige onveiligheid verkeert;
  • de betrokkene UNRWA om bijstand heeft gevraagd; en
  • UNWRA niet in staat is in dat gebied levensomstandigheden te bieden die stroken met haar opdracht, waardoor de staatloze wegens omstandigheden buiten zijn wil gedwongen is het werkgebied van de UNRWA te verlaten.

In dat geval kan deze staatloze zich op deze richtlijn beroepen zonder te hoeven aantonen dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft.

De Afdeling oordeelt dat de staatssecretaris niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat de UNRWA in staat is in de Gazastrook levensomstandigheden te bieden die stroken met haar opdracht zodat de uitsluitingsgrond van artikel 12, eerste lid, onder a, van de Kwalificatierichtlijn op de vreemdeling van toepassing is. De opdracht van de UNRWA is om Palestijnse vluchtelingen te beschermen, maar ook om hun welzijn en ontwikkeling te dienen. …. In het besluit en ter zitting heeft de staatssecretaris geen inzicht gegeven in de maatstaf die hij hanteert bij beantwoording van de vraag in hoeverre de UNRWA in staat is deze opdracht uit te voeren. Dat behoorde hij wel te doen, temeer omdat de vreemdeling in zijn zienswijze landeninformatie heeft ingebracht waaruit zowel de staatssecretaris als de vreemdeling afleidt dat er in de Gazastrook in humanitair opzicht een zorgelijke situatie bestaat. Door louter op te sommen welke vorm van bijstand de UNRWA volgens hem nog wél aan de Palestijnse vluchtelingen biedt, heeft de staatssecretaris onvoldoende uitgelegd hoe hij de door de vreemdeling ingebrachte landeninformatie heeft beoordeeld in relatie tot de vraag of de UNRWA in staat is in de Gazastrook levensomstandigheden te bieden die stroken met haar opdracht.

De beroepsgrond slaagt.
RvS 202004766/1/V1., 14.7.21
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2021:1550

Pagina's