Rb: Prejudiciële vraag: moet IND ikv non-refoulementscheck ook toegankelijkheid zorg toetsen?

Eiser is ernstig ziek en wordt thans in Nederland behandeld. Uit het BMA-advies volgt dat indien de medische behandeling niet wordt voortgezet, er binnen een indicatieve termijn van drie tot zes maanden een medische noodsituatie zal ontstaan. In het BMA-advies is vermeld dat de noodzakelijke medische behandeling beschikbaar is in Guinee.

De rb overweegt dat, indien een medische behandeling die noodzakelijk is om een medische noodsituatie te voorkomen beschikbaar, maar na terugkeer niet daadwerkelijk feitelijk toegankelijk zal zijn voor de ernstig zieke vreemdeling, de medische noodsituatie zich zal voordoen. In het hoofdgeding rijst in dit verband de vraag of verweerder, die gedurende de tenuitvoerlegging van richtlijn 2008/115 onder meer verplicht is om rekening te houden met de gezondheidssituatie van verzoeker en het beginsel van non-refoulement moet eerbiedigen, zich ook moet vergewissen van de feitelijke toegankelijkheid van de noodzakelijke medische behandeling en niet kan volstaan met het nagaan of deze of een vergelijkbare medische behandeling in het land waar de terugkeerverplichting op ziet in het algemeen beschikbaar is. Op grond van de nationale rechtspraak en het beleid moet de ernstig zieke derdelander aantonen dat de medische behandeling die noodzakelijk is om een medische noodsituatie te voorkomen na terugkeer voor hem niet feitelijk toegankelijk zal zijn. De rb vraagt zich af of deze bewijslastverdeling verenigbaar is met het Unierecht.

Meer in het bijzonder vraagt de rb zich af of verweerder, gelet op het absolute karakter van het refoulementverbod en de verplichtingen die verweerder heeft, hij zich ook moet vergewissen van de feitelijke toegankelijkheid van de noodzakelijke medische zorg om na te gaan of het refoulementbeginsel zich niet verzet tegen de vaststelling van het terugkeerbesluit en de verwijdering van een ernstig zieke vreemdeling. 

De rb acht het noodzakelijk om gelet op deze rechtsvraag een nadere verduidelijking van het Hof te verkrijgen en stelt daarover een prejudiciële vraag. Schorst de behandeling van het beroep en houdt iedere verdere beslissing aan.

Rb Roermond, NL23.12804, 27.1.26
ECLI:NL:RBDHA:2026:1324