bezoek ook: www.noo.nl / www.meldpuntvreemdelingendetentie.nl / www.basicrights.nl / www.iLegalevrouw.nl
minister heeft er terecht op gewezen dat betrokkene tijdens het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling heeft verklaard dat hij niet wil terugkeren naar Algerije of Libië, meldplichten heeft gemist, illegaal in Nederland heeft verbleven en na het terugkeerbesluit niet zelfstandig is vertrokken. De minister betoogt terecht dat hij hiermee deugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij niet met een lichter middel kon volstaan, ondanks de verklaring van betrokkene dat hij bij stichting INLIA verblijft en via die organisatie een traject zou starten waarbij hij zou werken en tegelijkertijd aan de terugkeer naar zijn land van herkomst zou werken.
De grief slaagt.
Het hoger beroep tegen Rb Groningen NL24.19061, 14.5.24, is gegrond.
RvS BRS.24.000182, 9.4.26
ECLI:NL:RVS:2026:1902