bezoek ook: www.noo.nl / www.meldpuntvreemdelingendetentie.nl / www.basicrights.nl / www.iLegalevrouw.nl
Nieuw is dat tijdens de vovo-procedure in beroep geen recht op opvang bestaat:
‘In onderdeel a is opgenomen dat de vreemdeling wiens eerste asielverzoek is afgewezen, en voor wie derhalve geen aanspraak op opvangvoorzieningen meer ontstaat, toch tot de opvang van het COA kan worden toegelaten indien hij tegen het besluit beroep instelt en tevens verzoekt een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij de uitspraak in beroep in Nederland mag afwachten, nadat de voorlopige voorziening is toegewezen. Indien de voorzieningenrechter het verzoek toewijst en de vreemdeling de behandeling van het beroep in Nederland mag afwachten, ontstaat, voor de duur van het beroep, een recht op opvang. Het recht op opvang ontstaat echter eerst nadat de voorzieningenrechter het verzoek heeft toegewezen. Het enkele verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening doet derhalve nog geen recht op opvang ontstaan. Immers, de rechtsgevolgen van de afwijzende beschikking blijven van kracht en op de vreemdeling blijft de rechtsplicht rusten Nederland te verlaten. Slechts de uitzetting van de betreffende vreemdeling wordt tijdelijk, dat wil zeggen voor de duur van de behandeling van het verzoekschrift, opgeschort. Eerst na de toegewezen voorlopige voorziening ontstaat, ingevolge artikel 8, onder h van de Vreemdelingenwet 2000, rechtmatig verblijf in Nederland. In deze situatie kan de vreemdeling, voor de duur van de behandeling van het beroep, aanspraak maken op opvangvoorzieningen.’
Regeling nummer 7645707, 4.6.26 in Staatscourant 2026, 20853, 10.6.26
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-20853.html