De Afdeling benadrukt dat het voldoen aan het vereiste voor een rechtmatige bewaring dat er zicht op uitzetting bestaat, naar nationaal recht een kwestie van openbare orde is. Om die reden rust op de bewaringsrechter de verplichting om ambtshalve aan dat vereiste te toetsen. Dat is anders wanneer de rechter in een procedure over een terugkeerbesluit moet beoordelen of het beginsel van non-refoulement is geëerbiedigd. Dit verschil in toetsing vloeit voort uit het feit dat een maatregel van bewaring, anders dan een terugkeerbesluit, een ernstige inmenging is in het recht op vrijheid van een vreemdeling en dus een vergaande dwangmaatregel in de terugkeerprocedure is. Om die reden moet de bewaringsrechter, indien hij tot de conclusie komt dat het beginsel van non-refoulement zich verzet tegen de uitzetting en daarmee het vereiste zicht op uitzetting ontbreekt, de betrokken vreemdeling onmiddellijk in vrijheid stellen. Zie het arrest Adrar.….
Het Hof overweegt in arrest Adrar dat het arrest geen betrekking heeft op de rechtmatigheid van een terugkeerbesluit, maar alleen op de rechtmatigheid van een maatregel van bewaring met het oog op uitzetting. Dat neemt niet weg dat een terugkeerbesluit en de maatregel van bewaring nauw samenhangen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen mag een maatregel van bewaring met het oog op uitzetting van een vreemdeling uitsluitend worden opgelegd indien de minister voorafgaand aan of gelijktijdig met die maatregel een terugkeerbesluit heeft genomen. Het terugkeerbesluit is dus een vereiste voor het opleggen van een maatregel van bewaring met het oog op uitzetting….
Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt echter ook dat ambtshalve toetsing of beoordeling er niet toe mag leiden dat de rechter buiten de grenzen van het geding treedt. Zo’n situatie doet zich voor als de rechter de rechtmatigheid van een ander besluit toetst of beoordeelt dan van het besluit waartegen beroep is ingesteld. Dat betekent ook na het arrest Adrar nog altijd dat de bewaringsrechter niet mag oordelen over de rechtmatigheid van een terugkeerbesluit. ….
In dit geval heeft de minister de asielaanvraag van betrokkene buiten behandeling gesteld. Dat besluit geldt ook als terugkeerbesluit en staat in rechte vast. De rechtbank had in dit geval de motivering in de maatregel van bewaring moeten beoordelen.
In dit geval heeft de minister in het gehoor voorafgaand aan de bewaring gevraagd aan betrokkene of hij wil en kan terugkeren naar Marokko. Daarop heeft hij geantwoord dat hij niet wil terugkeren, omdat hij daar niets te eten en geen onderdak heeft. …. Het is de Afdeling op basis van het dossier, wat betrokkene heeft aangevoerd en de nadere schriftelijke inlichtingen niet gebleken dat in dit geval tot aan de sluiting van het onderzoek van de rechtbank, het zicht op uitzetting ontbrak omdat het beginsel van non-refoulement zich tegen de uitzetting verzette. De grief slaagt.
Het hoger beroep tegen Rb Roermond NL25.13967, 11.4.25 is gegrond.
RvS BRS.25.000423, 12.2.26
ECLI:NL:RVS:2026:329