Nieuws

SvJ&V: besluit- en vertrekmoratorium vreemdelingen afkomstig uit Tigray

 

Besluit tot het instellen van een besluitmoratorium en een vertrekmoratorium voor vreemdelingen die voorafgaande aan het vertrek uit Ethiopië hun normale woon- of verblijfsplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië.

Besluit van 5.7.21 in Staatcourant nr. 35164, 9.7.21
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2021-35164.html

SvJ&V: herbeoordelingen veilig lvh Ghana, Oekraïne, Senegal

Uit de herbeoordelingen volgt dat ik de aanwijzing van Ghana, Oekraïne en Senegal als veilig land van herkomst onverkort voortzet. Per land geldt daarbij het volgende.

  • Ghana: met verhoogde aandacht voor de mogelijkheid dat dit anders kan zijn als het gaat om LHBTI, journalisten en andere personen die te maken krijgen met discriminatie.
  • Oekraïne: met uitzondering van de gebieden die niet onder de effectieve controle van de centrale autoriteiten staan en, voor het gebied waarop de aanwijzing van toepassing is, met verhoogde aandacht voor de mogelijkheid dat dit anders kan zijn als het gaat om LHBTI.
  • Senegal: met uitzondering van LHBTI en met verhoogde aandacht voor de mogelijkheid dat dit anders kan zijn als het gaat om personen die te maken krijgen met strafrechtelijke vervolging of discriminatie.

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2021/07/08/tk-herbeoordeling-veilige-landen-van-herkomst-ghana-oekraine-en-senegal/tk-herbeoordeling-veilige-landen-van-herkomst-ghana-oekraine-en-senegal.pdf, 8.7.21

Rb: nieuw nova-beleid nav EU-HvJ uitspraak, criterium verwijtbaarheid vervalt

De rechtbank stelt vast dat de vaststelling of een element of bevinding “nieuw” is enkel een feitelijke beoordeling behelst waarbij “de verwijtbaarheid” geen rol speelt.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft het Hof uitgelegd dat de ontvankelijkheidsbeoordeling een lage drempel kent. Het Hof heeft het vereiste “aanzienlijk groter maken” niet verder uitgelegd. Uit het arrest van het Hof blijkt echter dat alleen als een opvolgende aanvraag wordt ingediend zonder nieuwe bewijzen of argumenten kan worden afgezien van een inhoudelijke beoordeling van elementen en bevindingen die aan een opvolgende aanvraag ten grondslag worden gelegd. De rechtbank leidt uit het arrest af dat het Hof een duidelijk onderscheid maakt tussen de ontvankelijkheidsbeoordeling en de inhoudelijke beoordeling van de nieuwe elementen en bevindingen. Op het moment dat de lidstaat de inhoud van de elementen en bevindingen onderzoekt is de drempel van de ontvankelijkheid reeds genomen, zodat de waardering van die elementen en bevindingen niet ten grondslag kan worden gelegd aan de beslissing om een opvolgende aanvraag niet-ontvankelijk te verklaren.

Het Hof heeft geen uitspraak gedaan, en dat heeft de rechtbank ook nadrukkelijk niet gevraagd, hoe vervolgens de documenten die in een opvolgende procedure worden overgelegd en die worden gekwalificeerd als nieuwe elementen en bevindingen moeten worden gewaardeerd bij de beoordeling of alsnog internationale bescherming moet worden verleend.

Om de bewijswaarde van documenten goed te kunnen beoordelen zal verweerder bij zijn beoordeling nadere feiten en omstandigheden moeten betrekken zoals bijvoorbeeld de aard van de documenten, hoe eiser aan de documenten is gekomen, waarom eiser vindt dat deze documenten zijn relaas ondersteunen en of dergelijke documenten in het land van herkomst gangbaar zijn ondanks dat Bureau Documenten niet over referentiemateriaal beschikt en ondanks documentenonderzoek geen uitspraken gedaan kunnen worden over de echtheid van deze documenten. Verweerder zal zich dus dienen te vergewissen van dit soort feiten en omstandigheden door eiser actief te bevragen en dus door eiser in de gelegenheid te stellen hierover te verklaren in een gehoor. Verweerder kan zich dan ook in beginsel niet beperken door eiser enkel toe te staan deze informatie op de M35-O te vermelden en te reageren in een zienswijze, maar zal eiser -om tot een zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd besluit te komen- in persoon moeten horen.

Bij de beoordeling van opvolgende aanvragen geldt de samenwerkingsplicht onverkort. Dit betekent dat verweerder ook bij opvolgende aanvragen gehouden is om zich te vergewissen of er aanleiding bestaat een FMO op grond van artikel 18 van de Procedurerichtlijn te doen verrichten. Verweerder zal bovendien actief en welwillend moet onderzoeken en kenbaar moeten beoordelen of aan een verzoeker het voordeel van de twijfel kan worden gegund.

Rb den Bosch NL19.20920, 7.7.21
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:6993

SvJ&V: Aantallen asielzoekers met Dublin-claims, en overdrachten

De Staat van Migratie 2021: Dublin

Van de 14.500 asielzoekers in NL in 2020 hebben 6.000 (=52%) een eerdere registratie in ander EUland, gemiddeld 2,2 registraties per Dublinclaimant.
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/migratie/documenten/rapporten/2021/07/07/staat-van-migratie-2021, 7.7.21

Telegraaf: aantallen Dublinclaims en overdrachten

Het is Nederland in de afgelopen 7 jaar 46.000 keer niet gelukt om  vreemdelingen terug te sturen naar de EU-lidstaat die verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling van de asielaanvraag. In slechts in 13.670 gevallen lukte de uitzetting wel. https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2021/07/08/tk-reactie-op-bericht-asielhopper-ongrijpbaar-terugsturen-vreemdeling-naar-eu-land-van-aankomst-mislukte-46-000/tk-reactie-op-bericht-asielhopper-ongrijpbaar-terugsturen-vreemdeling-naar-eu-land-van-aankomst-mislukte-46-000.pdf, 8.7.21, nav Telegraaf 11.6.21

SvJ&V: reactie rapport Ongehoord Onrecht

Ik kan in deze brief inhoudelijk nog niet ingaan op alle bevindingen en mogelijke vervolgacties die voortkomen uit deze evaluatie zullen verschillen in aard (uitvoering, beleid en/of wetgeving), tijdsduur en gevraagde aanpak. Een aantal acties zal echter direct kunnen worden opgepakt en de eerste ideeën hierover wil ik al in dit stadium met uw Kamer delen.

  • Zo zal een analyse worden gedaan naar de ruimte voor maatwerk die de Vreemdelingenwet toelaat, maar in de lagere regelgeving (onnodig) wordt weggenomen of gelimiteerd.
  • Ook wordt onderzocht wat medewerkers nodig hebben om de ruimte die wet- en regelgeving biedt om maatwerk te leveren (beter) te benutten.
  • Voorts wordt bezien hoe in uitvoeringstoetsen, waarmee het effect van voorgestelde wijzigingen van wet- en regelgeving en/of beleid in kaart worden gebracht, verdere ruimte kan worden gecreëerd om ook het effect van de voorgestelde wijziging op de vreemdeling te meten.
  • Tevens ben ik voornemens om de bestaande dialoog met partners verder uit te breiden, onder meer door themaconferenties te organiseren. Daarbij worden stakeholders uit het veld uitgenodigd om signalen die raken aan de menselijke maat tijdig te onderkennen.

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2021/07/08/tk-reactie-op-het-bericht-behandeling-migranten-lijkt-op-die-van-slachtoffers-toeslagenaffaire/tk-reactie-op-het-bericht-behandeling-migranten-lijkt-op-die-van-slachtoffers-toeslagenaffaire.pdf, 8.7.21

Staatscourant: aanpassing regeling NLerschap kind van bigaam gehuwde vader

In de uitspraak van 7 april 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:721) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat er in het BW geen grond is om de erkenning van een minderjarige vreemdeling na zijn geboorte en voor de leeftijd van zeven jaar door een Nederlander nietig te verklaren vanwege het feit dat de erkenning heeft plaatsgevonden op het moment dat de vader bigaam gehuwd was. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwijst voor dat oordeel naar de limitatieve opsomming van nietigheidsgronden in artikel 1:204, eerste lid, BW.

Dit betekent dat de minderjarige vreemdeling die voor of na zijn geboorte en voor de leeftijd van zeven jaar door een Nederlander is erkend, van rechtswege Nederlander wordt, ook al heeft de erkenning plaatsgevonden op het moment dat de vader bi- of polygaam gehuwde Nederlander is.

WBN 2021/5, 21.6.21 in Staatscourant 32019, 30.6.21
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2021-32019.html

Rb: geen bijzondere bijstand zorgpremie voor vrouw met niet-rechthebbende partner

Zoals niet in geschil is had appellante ten tijde hier van belang geen recht op zorgtoeslag, en ook niet op huurtoeslag, omdat zij toen een partner had die geen rechtmatig verblijf in Nederland hield. ... De uitsluiting van het recht op die toeslagen vloeit voort uit een bewuste keuze van de wetgever in verband met het zogenoemde koppelingsbeginsel. Het college heeft daarom terecht geoordeeld dat de door appellante aangevoerde reden waarom zij de kosten van de nominale premie niet uit haar inkomen kon betalen, geen bijzondere omstandigheid is.

CRvB 18 1149 PW, 1.6.21
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:CRVB:2021:1340

ECHR : The “human right to beg”

The ECHR recognised the right of people in vulnerable situations to be able to convey their plight and attempt to meet basic needs by begging. With this judgement, the Court has stated for the very first time a “human right to beg”. The ruling involves a homeless mobile EU citizen of Roma origin and may have consequences in other European countries.

Lacatus v. Switzerland application no. 14065/15) 19.1.21
http://hudoc.echr.coe.int/eng?i=001-207377

SvJ&V: LVV

In de LVV-convenanten is afgesproken dat de IND zich inspant om medewerkers in te zetten die binnen de kaders van de wet- en regelgeving oplossingsgericht kunnen meedenken en hun professionele ruimte optimaal benutten om tot een oplossing te komen. In de praktijk is het vaak onmogelijk voor de IND-medewerkers om aan tafel in het lokaal samenwerkingsoverleg (LSO) beslissingen te nemen, omdat de vele verschillende werksoorten en procedures binnen de IND vragen om specialistische kennis. In lijn met voorgaande onderschrijf ik dan ook de conclusie dat het van belang is dat de vertegenwoordiging van de IND in het LSO ruime kennis heeft over de verschillende werksoorten en weet wie binnen de organisatie voor welke vragen te benaderen. De IND zet zich daarvoor in en blijft werken aan optimalisering. ...

Momenteel lopen de convenanten met de pilotgemeenten tot 1 april 2022. Om een volgend kabinet de ruimte te geven voor zorgvuldige afweging en besluitvorming heb ik met de VNG afgesproken de convenanten te verlengen met drie maanden tot 1 juli 2022. Het Rijk stelt hiervoor een bijdrage vanuit de begroting JenV beschikbaar conform de huidige programmafinanciering, waarbij wordt uitgegaan van hetzelfde financieringsniveau dat voor 2021 geldt.

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2021/06/28/tk-beleidsreactie-tussenevaluatie-landelijke-vreemdelingenvoorzieningen/tk-beleidsreactie-tussenevaluatie-landelijke-vreemdelingenvoorzieningen.pdf, 28.6.21

Rb: recht op noodopvang moeder van NLs kind

Eiseres is van Marokkaanse nationaliteit en is in december 2018 met haar zoon, van Nederlandse nationaliteit, naar Nederland gekomen. Ze is in het bezit van een Chavez-vergunning. De gemeente heeft zich op het standpunt gesteld dat zij geen recht heeft op maatschappelijke opvang en noodopvang o.g.v. de Wmo.
De rb overweegt dat eiseres en haar zoon geen recht hebben op maatschappelijke opvang. De gemeente mag het beleid voeren dat zij alleen mensen toelaat tot de maatschappelijke opvang, die beperkt zelfredzaam zijn op meerdere leefgebieden. De GGD heeft geconcludeerd dat zij voldoende zelfredzaam is. De enkele omstandigheid dat zij geen woning kan vinden, is daartoe onvoldoende.

De rb is van oordeel dat de vaste gedragspraktijk van de gemeente in strijd is met art. 20 VWEU. EU-burgers hebben recht op een minimum aan sociale voorzieningen, dus niet alleen op bijstand en kinderbijslag, maar ook op de algemene voorziening noodopvang. De noodopvang is immers bedoeld als humanitaire ondergrens wat betreft het recht op onderdak voor gezinnen. De gemeente maakt onderscheid tussen de sociale voorziening noodopvang en sociale voorzieningen zoals bijstand, kinderbijslag en de maatwerkvoorziening opvang. De rb vindt dit onderscheid niet gerechtvaardigd. Het gaat immers om de vraag of de voorziening van de staat nodig is voor het kind om een menswaardig bestaan te leiden in de EU en het kind het niet uiterst moeilijk, dan wel feitelijk onmogelijk wordt gemaakt, zijn of haar verblijfsrecht uit te oefenen. Door de voorziening noodopvang, die de ouders van andere Nederlandse kinderen ook ontvangen, te beëindigen, werden eiseres en haar zoon dakloos.

Beroep gegrond.
Rb Amsterdam (mk), AMS 19/6638, 8.6.21
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:2978

Pagina's