Nieuws

Rb: audioberichten meewegen

De vreemdeling legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij vreest voor eerwraak vanwege een relatie met een vrouw. De staatssecretaris acht de relatie en de daaruit voortkomende problemen ongeloofwaardig.

De rechtbank overweegt als volgt. De staatssecretaris had niet voorbij mogen gaan aan het aanbod van de vreemdeling om de audioberichten van bedreigingen van familie van zijn partner te overleggen aangezien ze ter onderbouwing van zijn relaas zijn aangeboden. Het ligt daarom op de weg van de staatssecretaris om nader onderzoek naar deze berichten te verrichten, bijvoorbeeld door de berichten in het bijzijn van een tolk te luisteren en te laten vertalen. Daarna had de staatssecretaris een gemotiveerd standpunt in kunnen nemen over de inhoud en bewijswaarde van de berichten. De staatssecretaris heeft onvoldoende gemotiveerd waarom hij hiervan heeft afgezien. De enkele stelling dat de audioberichten geringe bewijswaarde hebben omdat de herkomst en authenticiteit moeilijk is vast te stellen, verandert dit niet. De staatssecretaris heeft in strijd met zijn onderzoeksplicht en samenwerkingsplicht gehandeld.

Beroep ongegrond.
Rb Den Haag, NL22.17075, 10.1.23

Rb: samenwerkingsplicht DT&V voor vaststellen Eritrese identiteit

De vreemdeling stelt dat ze niet de Ethiopische maar de Eritrese nationaliteit bezit en heeft ter onderbouwing onder andere een echt bevonden Eritrese identiteitskaart overlegd. De staatssecretaris gaat uit van de gegevens die volgen uit het EU-Vissysteem, waarin staat dat de vreemdeling een Pools visum heeft verkregen in een Ethiopisch paspoort. De vreemdeling had volgens de staatssecretaris naar de Ethiopische ambassade moeten gaan voor een nationaliteitsverklaring. Gelet hierop zijn de problemen in Eritrea niet inhoudelijk beoordeeld en is de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. 
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de dossierstukken en de verklaringen van de vreemdeling en haar gemachtigde op zitting maakt de rechtbank op dat de vreemdeling op meerdere manieren heeft geprobeerd te voldoen aan de opdracht van de staatssecretaris om een nationaliteitsverklaring te verkrijgen van de Ethiopische ambassade. In beroep heeft de vreemdeling (onderbouwd) gewezen op de moeilijkheden om dit document te verkrijgen aangezien ze niet in het bezit is van Ethiopische documenten waaruit haar personalia blijken. Haar Ethiopische paspoort is namelijk geregeld door een mensensmokkelaar die een andere geboortedatum heeft genoteerd. Daarnaast zijn haar twee kinderen in Ethiopië bij de UNHCR geregistreerd als Eritrese vluchteling en als ze daadwerkelijk de Ethiopische nationaliteit gehad had dan zouden haar kinderen ook de Ethiopische nationaliteit hebben en zouden zij in Ethiopië niet als vluchteling geregistreerd hoeven te staan.

Dat het in beginsel niet de taak is van de DT&V om informatie te verkrijgen over de identiteit of nationaliteit van een vreemdeling in een verblijfsrechtelijke procedure, maakt niet dat de staatssecretaris niet zelf of op een andere wijze via een van zijn diensten, bijvoorbeeld de DT&V, contact kan zoeken met de Ethiopische ambassade over de ter discussie staande Ethiopische identiteit. De e-mail van de Ethiopische ambassade van 4 juli 2022 aan gemachtigde van de vreemdeling waarin de ambassade meedeelt dat het verkrijgen van een dergelijke nationaliteitsverklaring moet gebeuren door de DT&V, had de staatssecretaris daarom aanleiding moeten geven om actief met de vreemdeling samen te werken om deze informatie te verzamelen die haar asielverzoek kan staven. De staatssecretaris heeft dit niet gedaan en heeft daarom niet voldaan aan de samenwerkingsplicht.

Beroep gegrond.
Rb Arnhem, NL22.1269, 19.1.23

Rb: zelfmoordpoging vereist medisch onderzoek vóór Dublinoverdracht

De asielaanvraag van de vreemdeling is niet in behandeling genomen omdat Italië daarvoor verantwoordelijk is...

Uit het C.K.-arrest volgt dat, daar waar de vreemdeling een ernstige mentale of lichamelijke aandoening heeft en de Dublinoverdracht op zichzelf aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen heeft voor de gezondheidstoestand van de vreemdeling, de staatssecretaris bij het nemen van het overdrachtsbesluit dient te beoordelen wat het risico is dat die gevolgen zich voordoen tijdens de overdracht. De redenering dat de vreemdeling weliswaar een zelfmoordpoging heeft gedaan maar dat uit het patiëntendossier kan worden afgeleid dat het beter gaat en dat daarom geen BMA-onderzoek hoeft te worden opgestart volgt de rechtbank niet. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit niet zonder tussenkomst van BMA geconcludeerd worden. Bovendien is de rechtbank van oordeel dat aannemelijk is te achten dat de zelfmoordpoging verband houdt met de eventuele terugkeer.

Beroep gegrond.
Rb Den Bosch, NL22.24415, 18.1.23

SvJ&V: Dublinoverdracht Kroatie mogelijk, pushbacks niet relevant

De Kroatische autoriteiten hebben de vragen beantwoord die aan hen zijn gesteld over de asielprocedure van aan Kroatië overgedragen Dublinclaimanten. In de beantwoording verzekert Kroatië dat het zich ten aanzien van overgedragen Dublinclaimanten aan zijn internationale verplichtingen houdt, meer specifiek dat overgedragen Dublinclaimanten niet het risico lopen om door Kroatië te worden uitgezet voordat hun asielverzoek is behandeld.

Aan de hand van deze informatie kan dan ook deugdelijk worden gemotiveerd dat een Dublinoverdracht aan Kroatië geen (in)direct reëel risico op schending van artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het EU Handvest met zich brengt.

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2023/01/20/tk-dublinoverdrachten-aan-kroatie/tk-dublinoverdrachten-aan-kroatie.pdf, 20.1.23

RvS: onderzoek Dublinoverdracht Polen opgeschort in afwachting antwoord prejudiciele vragen

De Afdeling heeft op 14 december 2022 zitting gehouden over de rechtsvraag of de staatssecretaris voor Polen nog steeds van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan uitgaan, gelet op de ontvangen signalen over pushbacks en het functioneren van de rechterlijke macht. Na de behandeling ter zitting is het onderzoek gesloten. De Afdeling ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:68 van de Algemene wet bestuursrecht het onderzoek te heropenen. Aanleiding hiervoor zijn de tijdens de zitting besproken prejudiciële vragen die de rechtbank 's-Hertogenbosch op 15 juni 2022 heeft gesteld (HvJ EU C-239/22).

Naar het oordeel van de Afdeling valt het hoger beroep in deze zaak ook onder de reikwijdte van die prejudiciële vragen, zodat het antwoord van het Hof van Justitie op die vragen bepalend is voor de beoordeling van het hoger beroep.

ABRvS, 202205283/1 en 202205043/1, 17.1.23

Rb: mogelijk naturalisatie zonder paspoort mogelijk, analoog aan RANOV-groep

Concreet dient in dit geval beoordeeld te worden of in het geval van eiseres had moeten worden afgeweken van de hoofdregel dat voo rnaturalisatie een geldig buitenlands paspoort moet worden overgelegd.

In dit geval kon verweerder rekening houden met het vrijstellingsbeleid dat sinds 1 november 2021 geldt voor Ranov-vergunninghouders. De enkele stelling in het verweerschrift dat eiseres geen Ranov-vergunning heeft gekregen, maakt niet dat verweerder geen rekening hoefde te houden met het nieuwe beleid. Verweerder had dit beleid immers naar analogie voor eiseres kunnen toepassen. Eiseres verblijft al sinds 1999 in Nederland. Zij heeft toen vergeefs asiel aangevraagd en uiteindelijk heeft zij een reguliere verblijfsvergunning gekregen. In zoverre verschilt haar situatie dan ook niet wezenlijk van die van Ranov-vergunninghouders. Eiseres had echter geen Ranov-vergunning nodig, omdat zij al een AMV-vergunning had gekregen. Het doel van de beleidswijziging voor Ranov-vergunninghouders is het opheffen van het gebrek aan perspectief op de Nederlandse nationaliteit bij langdurig in Nederland gevestigde personen. Ook bij eiseres ontbreekt dat perspectief als vastgehouden wordt aan de voorwaarde dat een geldig buitenlands paspoort overgelegd dient te worden. De rechtbank wijst verder naar de door eiseres benoemde angst om naar haar land van herkomst af te reizen. In dit verband is van belang dat in het onderzoek naar mogelijke belemmeringen die Ranov-vergunninghouders ondervinden bij naturalisatie, de angst om naar het land van herkomst af te reizen specifiek wordt benoemd als een praktische belemmering om relevante documenten te verkrijgen. Daarbij komt dat eiseres wel een echt bevonden gelegaliseerde geboorteakte heeft overgelegd. Het ligt dan ook op de weg van verweerder om nader te motiveren waarom voor eiseres geen vrijstelling kan gelden, maar dat heeft hij nagelaten. In zoverre is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12 van de Awb.

Rb Breda AWB- 22_2658, 9.1.23
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:161

SvJ&V: Vrijstelling mvv-plicht voor slachtoffers arbeidsuitbuiting en hun kinderen

In het Vb wordt een expliciete vrijstelling van de mvv-plicht gecreëerd voor slachtoffers van arbeidsuitbuiting, en hun minderjarige kinderen die onder hun gezag staan en bij hen verblijven. Daarmee worden de verblijfsvoorwaarden voor deze categorie vreemdelingen gelijkgetrokken met die welke gelden voor slachtoffers en getuigen van mensenhandel, en eergerelateerd en huiselijk geweld.

Staatscourant 2023, 2919, 19.1.23
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2023-2919.html

Rb: asielbeoordeling voor Somaliër met psychische problemen, art-64 al verleend

Eiser heeft op 28 mei 1995 zijn eerste asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag is afgewezen. In 1998 is eiser vervolgens in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij ouder. ... Bij besluit van 23 januari 2015 heeft verweerder de verblijfsvergunning van eiser ingetrokken, aan eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd en aan hem een zwaar inreisverbod opgelegd voor de duur van tien jaar omdat eiser meerdere keren strafrechtelijk is veroordeeld voor verschillende misdrijven. Het door eiser daartegen ingestelde beroep is ongegrond verklaard.2 Deze procedure staat in rechte vast.

Van 2018 tot en met 2021 heeft eiser meerdere keren uitstel van vertrek gevraagd op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser heeft uitstel van vertrek tot 3 september 2022.

Op 7 juni 2019 heeft eiser een herhaalde asielaanvraag ingediend. ... Volgens eiser loopt hij bij terugkeer naar Somalië een reëel risico op ernstige schade vanwege zijn psychische problemen. Eiser verwijst hierbij in zijn zienswijze naar de brief van Vluchtelingenwerk Nederland over de situatie van personen met psychiatrische problemen in Somaliland en Somalië.

De rechtbank stelt allereerst vast dat verweerder de medische omstandigheden van eiser ten aanzien van zijn psychische problemen niet in het kader van artikel 3 van het EVRM heeft betrokken bij zijn besluitvorming. Eiser heeft in het onderhavige geval een beroep gedaan op artikel 3 van het EVRM omdat hij vreest bij terugkeer naar Somalië een reëel risico te lopen op ernstige schade vanwege - zo heeft de rechtbank het opgevat – onder meer het stigma dat hem wordt toebedeeld als gevolg van zijn psychische problemen en het onthouden van hulp. Het stigma heeft gevolgen voor de patiënten die geconfronteerd worden met negatieve houdingen en fysieke schade vanuit de samenleving. In sommige gevallen kan de behandeling aan patiënten zelfs geweigerd worden. Er zijn ook waarnemingen dat patiënten worden vastgeketend aan hun huis of aan een boom, achtergelaten door familieleden.

Verweerder heeft deze omstandigheden ten onrechte niet betrokken bij de beoordeling van het beroep op artikel 3 van het EVRM en aldus niet gemotiveerd wat voor gevolgen deze omstandigheden voor eiser zouden kunnen hebben als hij terugkeert naar Somalië. De stelling van verweerder dat deze omstandigheden pas een rol gaan spelen op het moment dat het uitstel van vertrek niet meer wordt verleend, gaat niet op nu indien die redenering wordt gevolgd verweerder in het geheel niet zou toekomen aan een toets aan artikel 3 van het EVRM in brede zin. Verweerder moet deze omstandigheden in relatie tot eiser zijn medische problematiek dus onderzoeken en beoordelen of deze kunnen worden aangemerkt als nieuwe elementen of bevindingen omdat deze al dan niet een schending van artikel 3 van het EVRM opleveren. Verweerder dient daarbij tevens te betrekken of het niet hebben van een netwerk gelet op eiser zijn psychische gesteldheid uitmaakt bij die toets, nu de situatie van eiser integraal beoordeeld dient te worden.

Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit.
Rb Utrecht NL22.10274, 8.7.22
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:14432

SvJ&V: 15c in Gao, Ménaka en Mopti, vestigingsalternatief Bamako

Uit de geraadpleegde bronnen blijkt dat er sprake is van een sterke toename van geweld in Gao, Ménaka en Mopti. Het geweld is het gevolg van gevechten tussen zowel regeringstroepen en extremistische groeperingen als extremistische groeperingen onderling. Tevens is er sprake van hevige gevechten tussen niet-statelijke gewapende groepen, die de macht hebben gegrepen in het grensgebied met Niger, en de Malinese veiligheidstroepen. Daarnaast vindt er in deze provincies ook op grote schaal seksueel en gender gerelateerd geweld plaats. Vanwege het conflict is er in deze provincies voorts geen sprake van een noemenswaardige veiligheidsstructuur, gelet op het feit dat zowel het regeringsleger als de extremistische groeperingen zich schuldig maken aan voornoemde misstanden en de autoriteiten de controle zijn verloren over delen van deze provincies. Het lijkt er daarbij niet op dat op korte termijn een vreedzame resolutie van het conflict te verwachten is. Daarom heb ik besloten om de provincies Gao, Ménaka en Mopti te kwalificeren als gebied waar sprake is van een uitzonderlijke situatie zoals bedoeld onder artikel 15 onder c Kwalificatierichtlijn.

Uit de geraadpleegde bronnen blijkt dat de veiligheidssituatie in Bamako relatief goed is. Daarom heb ik besloten om voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit de regio’s Gao, Ménaka en Mopti en die enkel een reëel risico lopen op ernstige schade vanwege de uitzonderlijke veiligheidssituatie in deze regio’s in beginsel aan te nemen dat er een vestigingsalternatief is in Bamako.

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2023/01/11/tk-15c-situatie-in-delen-van-mali/tk-15c-situatie-in-delen-van-mali.pdf, 11.1.23

IB 2023/3: Colombia geen veilig derde land

De combinatie van een zwak asielsysteem en het feit dat de rechten van asielzoekers en erkende vluchtelingen in de praktijk onvoldoende gewaarborgd kunnen worden, leidt ertoe dat Colombia in zijn algemeenheid niet aangemerkt kanworden als veilig derde land.

https://puc.overheid.nl/ind/doc/PUC_1297956_1/1/, 13.1.23

Pagina's