Nieuws

RvS: intrekken asielstatus door toezending aan laatste GBA-adres voldoende

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het intrekkingsbesluit op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Dat de staatssecretaris wist dat de vreemdeling niet meer op het bewuste adres verbleef of bereikbaar was, betekent niet dat de staatssecretaris het besluit tot intrekking niet goed bekend heeft gemaakt. Een vreemdeling moet bij vertrek naar het buitenland zijn adreswijziging aan de staatssecretaris melden en zo nodig regelen dat iemand kennisneemt van post die naar zijn oude adres wordt verstuurd. De vreemdeling heeft dit nagelaten. De gevolgen daarvan komen voor zijn rekening.

De vreemdeling vindt dat hem niet kan worden tegengeworpen dat hij geen adreswijziging heeft doorgegeven. Hij wijst erop dat hij in de betrokken periode psychische klachten had doordat hij zijn twee minderjarige kinderen miste die met zijn ex-echtgenote naar Irak waren vertrokken. Nog los van het feit dat hij niet op de hoogte was van de verplichting om een adreswijziging door te geven, was hij in die tijd en is hij nog steeds alleen maar bezig om te overleven.

Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank terecht overwogen dat de vreemdeling niet heeft onderbouwd dat zijn psychische toestand zodanig was dat hij niet in staat was een adreswijziging door te geven aan de staatssecretaris. Daarbij heeft de rechtbank van belang mogen achten dat de vreemdeling wel in staat was zelfstandig naar Irak te reizen om zijn kinderen te zoeken.

De grieven falen. Het hoger beroep is ongegrond.
RvS 202202232/1/V3, 22.8.22
ECLI:NL:RVS:2022:2423

Rb: risico doden tijdens initiatierite geheim genootschap Sierra Leone

De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft waarom eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM loopt bij terugkeer naar Sierra Leone.

Volgens verweerder is 80-90% van de Sierra Leoonse bevolking lid van een (geheim) genootschap. Om jongeren te leren wat het inhoudt volwassen te zijn is een initiatie volgens de genootschappen noodzakelijk. Volgens verweerder volgt uit de algemene bronnen niet dat er jongens gedood worden bij een initiatie. De rechtbank stelt vast dat deze bronnen niets zeggen over de problemen die eiser stelt te hebben gehad. De bronnen die eiser daarentegen heeft aangedragen (onder andere Sierra Leone’s secret societies mark bodies and minds (bangkokpost.com) gaan daar juist wel over. Volgens deze bronnen worden er jongens gedood worden bij initiaties.

Verweerder betwist dat niet, maar hij stelt zich op het standpunt dat de door eiser genoemde bronnen voorbij gaan aan de eigen merites van deze zaak, bijvoorbeeld dat de vader eiser de initiatie tot op heden heeft voorkomen. Verweerder gaat daarbij echter voorbij aan eisers standpunt dat zijn vader door toedoen van zijn oom is overleden en eisers initiatie dus niet meer kan voorkomen. Verder heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat anderen de initiatie van eiser kunnen voorkomen.

Verweerder zal daarom nader moeten motiveren waarom hij vindt dat eiser bij terugkeer naar Sierra Leone niet voor zijn oom te vrezen heeft.

Deze beroepsgrond slaagt.
Rb Rotterdam NL21.15574, 16.8.22
ECLI:NL:RBDHA:2022:8408

SvJ&V: verlenging besluitmoratorium Soedanese aktivisten

De Afdeling heeft op 15 december 2021 geoordeeld dat momenteel onvoldoende duidelijk is of (terugkerende) politieke activisten te vrezen hebben voor de autoriteiten, en dat nader onderzoek nodig is om deze twijfel weg te nemen.

Dit nader onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van een nieuw algemeen ambtsbericht Sudan van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het ambtsbericht wordt thans verwacht in september maar het huidige besluit- en vertrekmoratorium verloopt op 24 augustus aanstaande. Gelet hierop kies ik er voor om het besluit- en vertrekmoratorium te verlengen voor de duur van een half jaar tot 24 februari 2023. Hiermee wordt de maximale termijn van één jaar vervuld.

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2022/08/23/tk-verlenging-besluit-en-vertrekmoratorium-voor-politieke-opposanten-uit-sudan/tk-verlenging-besluit-en-vertrekmoratorium-voor-politieke-opposanten-uit-sudan.pdf, 23.8.22

WBV 2022/20 : Besluit- en vertrekmoratorium Russische dienstplichtigen

De SvJ&V stelt een besluit- en vertrekmoratorium in voor Russische dienstplichtigen die dienstweigeren of die deserteren. Hieronder worden begrepen alle Russische mannen in de leeftijd van 18 tot 27 jaar die vrezen hun militaire dienst te moeten vervullen of die reeds invulling gaven aan de dienstplicht en dit niet langer willen doen. Het besluit- en vertrekmoratorium wordt ingesteld vanwege een gebrek aan actuele, eenduidige en betrouwbare informatie over de vraag in hoeverre dienstplichtigen in Rusland (gedwongen) worden ingezet in de oorlog in Oekraïne. Hierdoor is onduidelijk of asielaanvragen ingediend door de hiervoor aangegeven doelgroep voldoen aan de voorwaarden voor verlening van internationale bescherming.
Het besluit geldt voor een periode van zes maanden na inwerkingtreding van het moratorium.

WBV 2022/20, 16.8.22 in Staatscourant nr. 21234, 17.8.22
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2022-21234-n1.html, 16.8.22

SvJ&V: aanpassing doelgroep Oekraïnebeleid, en besluit- en vertrekmoratorium verlengd

Kern van deze wijziging is dat vreemdelingen met een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne die op 19 juli 2022 nog niet waren ingeschreven in de Basisregistratie personen niet meer in aanmerking komen voor tijdelijke bescherming.

Voor ontheemden met een geldige Oekraïense tijdelijke verblijfsvergunning die reeds ingeschreven zijn in de BRP voor 19 juli 2022, geldt dat hun tijdelijke bescherming op 4 maart 2023 wordt beëindigd.

Regeling nr 4123685, 17.8.22 in Staatscourant 2022, 22623, 25.8.22
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2022-22623.html

SvJ&V: besluit- en vertrekmoratorium Oekraïne verlengd met 6 maanden

Besluit nr. 4164512, 24.8.22 in Staatscourant 2022, 22910, 26.8.22
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2022-22910.html

Rb: ook bij ongeloofwaardige bekering 3EVRM-risico bij terugkeer naar Iran afwegen

De vreemdeling heeft aan zijn herhaalde asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij verdieping/ intensivering/ verbreding van zijn christelijke geloof heeft doorgemaakt. De staatssecretaris acht de geloofsverdieping ongeloofwaardig.
De rechtbank oordeelt als volgt. De staatssecretaris heeft terecht de bekering nog steeds ongeloofwaardig geacht. De afvalligheid van de islam en de problemen die de vreemdeling daardoor zou ondervinden zijn geloofwaardig geacht, maar onvoldoende zwaarwegend voor vergunningverlening.

Uit de Afdelingsuitspraak van 19 januari 2022 (ECLI:NL:RVS: 2022:93) en het Algemeen Ambtsbericht van mei 2022 volgt dat afvalligheid in Iran strafbaar is. Terugkeer met vervangend reisdocument kan leiden tot nader onderzoek waarbij het mogelijk is dat de vreemdeling zijn religie kenbaar moet maken. De staatssecretaris had moeten onderzoeken hoe deze regelgeving in de praktijk wordt toegepast. Verder heeft de staatssecretaris heeft ten onrechte nagelaten deugdelijk te motiveren waarom er ondanks de ongeloofwaardige bekering geen reëel 3 EVRM-risco bestaat bij terugkeer, ook in het geval de autoriteiten de vreemdeling toch wel beschouwen als bekeerling.

Beroep gegrond.
Rb Den Bosch, NL22.10661, 10.8.22

vovo stas toegewezen: RvS 202204898/2/V2, 19.8.22
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2022:2418

Rb: risico Jeberti-bevolkingsgroep Eritrea

Eiser stelt tot de Jeberti bevolkingsgroep, zijnde een islamitische bevolkingsgroep, te behoren. Hoewel verweerder in zijn nadere reactie terecht heeft opgemerkt dat uit de ambtsberichten over Eritrea volgt dat de Jeberti bevolkingsgroep als specifieke groep in het bijzonder wordt gediscrimineerd, blijkt uit deze rapporten  wel dat er in Eritrea sprake is van structurele discriminatie en marginalisering van islamitische bevolkingsgroepen. Gelet hierop moet naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat het voor Eritreeërs die behoren tot een islamitische bevolkingsgroep extra moeilijk zal zijn om een vrijstelling van de dienstplicht te verkrijgen en om legaal uit te reizen.

Verweerder heeft verzuimd om het individuele relaas van eiser over zijn desertie en illegale uitreis te beoordelen tegen de achtergrond dat het voor islamitische Eritreeërs, zoals eiser, nog moeilijker is dan het in zijn algemeenheid voor Eritreeërs al is om een vrijstelling van de dienstplicht te verkrijgen en om Eritrea legaal uit te reizen.

Rb Rotterdam NL19.29255, 19.8.22
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:8409

Rb: afweging na 10jr 1F, Afghaan

Eiser verblijft al 10 jaar zonder verblijfsvergunning in Nederland en kan wegens schending van artikel 3 EVRM niet worden uitgezet. Aangenomen wordt dat er geen vooruitzicht is op verandering binnen niet al te lange termijn. Verweerder werpt eiser echter tegen dat hij niet voldoende inspanningen heeft verricht om te vertrekken naar een derde land. […]

Uit de brief van de staatssecretaris van 27 augustus 2010 volgt dat uit feiten en omstandigheden moet blijken van aanknopingspunten voor het bestaan van banden met een derde land, voordat van de vreemdeling verwacht kan worden dat hij zich inspant toelating te krijgen tot dat land. Verder blijkt uit de brief dat de aanknopingspunten per individueel geval worden getoetst door verweerder en dat het daarna aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat in redelijkheid niet van hem kan worden verwacht dat hij naar dat land of die landen vertrekt. Het voorgaande betekent dat ten minste uit het dossier of andere informatie moet blijken dat sprake is van een (eventueel summier) aanknopingspunt voor het bestaan van banden met een ander land. Indien een dergelijk (summier) aanknopingspunt in zijn geheel ontbreekt, kan in redelijkheid niet van de vreemdeling verwacht worden dat hij aannemelijk maakt dat er geen banden zijn met een van de andere landen ter wereld dan zijn land van herkomst en Nederland, nu dit een onredelijk zware bewijslast legt op de vreemdeling, waarbij bovendien onduidelijk is op welke wijze de vreemdeling zijn stelling, dat er geen banden zijn met een ander land, zou kunnen onderbouwen. […]

Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat toepassing van de beleidsregels in dit geval niet leidt tot onevenredige gevolgen voor eiser.
Rb Haarlem NL21.13208, 26.7.22
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:8347

RvS: bij pilot zwaarwegendheid uitgaan van geloofwaardigheid asielrelaas – Senegal biedt geen bescherming bij familieruzie

De Afdeling is van oordeel dat als de staatssecretaris de pilotwerkwijze toepast, hij alle verklaringen van een vreemdeling over zijn asielmotieven als uitgangspunt moet nemen voor de zwaarwegendheids-beoordeling. Wel kan de staatssecretaris de geloofwaardigheid van de identiteit, nationaliteit en herkomst los beoordelen zolang deze elementen niet met het asielrelaas verweven zijn. Zolang de staatssecretaris alle verklaringen als uitgangspunt neemt, leidt de pilotwerkwijze in algemene zin niet tot een onzorgvuldige beoordeling van het asielrelaas van een vreemdeling.

De Afdeling is samenvattend van oordeel dat de pilotwerkwijze van de staatssecretaris in zijn algemeenheid niet in strijd is met een wettelijke bepaling of nationale en Unierechtelijke standaarden.

Om aan de samenwerkingsplicht te voldoen, moet de staatssecretaris, voordat hij de pilotwerkwijze kan toepassen, zich er wel van verzekeren dat de vreemdeling in een concrete zaak voldoende in de gelegenheid is gesteld alle relevante feiten en omstandigheden naar voren te brengen.

Zolang de staatssecretaris deze waarborgen in acht neemt, kan hij in beginsel zijn pilotwerkwijze toepassen. De Afdeling zal in de overwegingen hierna ingaan op de vraag of de staatssecretaris de werkwijze ook al kon toepassen in de pilot, zonder dat deze in een beleidsregel was opgenomen....

De vreemdeling heeft betoogd dat de staatssecretaris niet heeft onderkend dat Senegal voor hem geen veilig land van herkomst is, omdat het voor hem niet mogelijk is om bescherming van de autoriteiten in te roepen voor zijn problemen met zijn familie.... Uit de door de vreemdeling overgelegde landeninformatie blijkt dat de overheid meestal niet optreedt bij problemen binnen de familie. Gelet op wat de vreemdeling heeft aangevoerd, heeft de staatssecretaris onvoldoende met actuele informatie gemotiveerd dat Senegal ook voor de vreemdeling een veilig land van herkomst is.

De beroepsgrond slaagt. Het beroep is gegrond.
RvS 202100944/1/V2, 17.8.22
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2022:2333

RvS: BMA moet medische rapportages over risico suicidaliteit bij overdracht Italië meewegen

In het deskundigenrapport staat onder meer: "Gezien haar kwetsbaarheid vanuit haar persoonlijkheidsstructuur en haar ernstig depressieve klachten, wordt de kans op suïcide bij gedwongen terugkeer als reëel ingeschat. Een gedwongen terugkeer naar Italië kan dan ook een ernstige en onomkeerbare achteruitgang van haar geestelijke gezondheidstoestand teweeg brengen; bijvoorbeeld in de vorm van een forse toename van stemmingswisselingen en/of stress-, dwang-, somberheids- en/of slapeloosheidsklachten en/of uitvoering van haar suïcidale gedachten."

Uit het deskundigenrapport blijkt dat de GZ-psycholoog en psychiater de vreemdeling psychologisch hebben onderzocht door het afnemen van een ontwikkelingsanamnese. Daarnaast hebben zij de toetsinstrumenten PCI-5, NPV-2 en UCL afgenomen en een psychiatrisch onderzoek verricht. De vreemdeling heeft in totaal drie onderzoeksmomenten gehad, op 27 juni, 1 juli en 9 juli 2019, met in totaal 8 uur direct contact, waarbij gebruik gemaakt werd van een tolk Farsi. In het licht hiervan heeft het BMA met het standpunt in zijn advies (dat in het deskundigenrapport wordt gespeculeerd over wat er kan gebeuren als de vreemdeling terug gaat naar Italië, dat speculatie in een objectief medisch advies niet thuishoort en dat in het rapport diverse niet-medische argumenten worden genoemd), de conclusies uit het deskundigenrapport ten onrechte terzijde geschoven.

De beoordeling of een reële kans bestaat dat een vreemdeling suïcide zal plegen als gevolg van de overdracht, is naar zijn aard een inschatting van een toekomstige situatie. Het BMA heeft niet gemotiveerd waarom de GZ-psycholoog en een psychiater de door hen op medische gronden gemaakte inschatting onvoldoende hebben onderbouwd. Bovendien heeft het BMA niet vermeld waar in het deskundigenrapport precies blijkt van niet-medische argumenten. De BMA-adviezen kunnen daarom de conclusie van de staatssecretaris dat een fysieke overdracht als reisvereiste en individuele garanties over daadwerkelijke medische hulp niet nodig zijn, niet dragen.

De grief slaagt. Het hoger beroep is gegrond.
RvS 202203727/1/V1, 24.8.22
ECLI:NL:RVS:2022:2433

Pagina's