Nieuws

Rb: verblijf vader van 15jr NLs kind met laag IQ noodzakelijk

Ten aanzien van de lichamelijke en emotionele ontwikkeling van [naam kind 1] blijkt uit de overgelegde stukken dat hij een kwetsbare jongen is met een IQ van 65. In 2015 is geadviseerd: “opname in een kinderpsychiatrische setting, in combinatie met LVG [Licht Verstandelijk Gehandicapt] problematiek, wellicht in het kader van een ondertoezichtstelling”. Uit dat journaal blijkt ook dat de moeder moeite heeft met het begrijpen van de bevindingen van de instelling.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser met de door hem overgelegde stukken voldoende inzicht gegeven in (a) de lichamelijke en emotionele ontwikkeling van [naam kind 1] , (b) de mate van affectieve relatie tussen eiser en [naam kind 1] en (c) de risico’s voor het evenwicht van [naam kind 1] , als aan zijn vader geen verblijfsrecht in Nederland zou worden toegekend. Door deze aspecten en het hogere belang van [naam kind 1] niet kenbaar bij zijn beoordeling te betrekken, heeft verweerder niet gehandeld in overeenstemming zijn beleid en kan verweerder ook niet worden gevolgd in zijn oordeel dat eiser geen verblijfsrecht kan ontlenen aan het arrest Chavez-Vilchez.

De beroepsgrond slaagt.
Rb Rotterdam AWB 19/8482, 13.1.21
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:226

Rb: risico vanwege politieke overtuiging China

De vreemdeling heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij in de negatieve belangstelling van China staat omdat hij zich bij zijn terugreis vanuit Tanzania heeft onttrokken aan zijn reisgezelschap en asiel in Nederland heeft aangevraagd. Verder is hij tegenstander van de politieke partij, draagt hij dit actief uit via social media en doneert hij geld aan anticommunistische organisaties. De staatssecretaris heeft de asielaanvraag afgewezen omdat er geen gegronde vrees is voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade in China omdat niet aannemelijk is gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling van de Chinese autoriteiten staat bij terugkeer naar China.

Uit het ambtsbericht over China van 19 februari 2018 volgt dat kritiek op de overheid niet wordt geduld en China in binnen-en buitenland op grote schaal gebruik maakt van monitoring van mogelijke critici. Daarom valt niet zonder meer uit te sluiten dat de vreemdeling in de negatieve belangstelling komt te staan van China door zijn gedrag. De vreemdeling is door als enige niet terug te keren naar China opgevallen als individu. Dit in combinatie met de anticommunistische sympathieën van de vreemdeling en zijn recente demonstraties voor de Chinese ambassade in Den Haag, maakt dat de vreemdeling verder kan zijn opgevallen bij de Chinese autoriteiten. Kijkend naar het ambtsbericht over China dat vermeldt dat een persoon bij terugkeer afhankelijk van zijn profiel in negatieve belangstelling kan komen te staan, is het aan de staatssecretaris om te motiveren waarom de combinatie van omstandigheden in onderlinge samenhang bekeken onvoldoende is om te vrezen dat de vreemdeling bij terugkeer naar China niet in de negatieve belangstelling zal staan van Chinese autoriteiten. Dit heeft de staatssecretaris onvoldoende gedaan.

Beroep gegrond.
Rb Middelburg, NL20.19140, 6.1.21

SvJ&V: landenbeleid China

  • De informatie in het algemeen ambtsbericht over China van 1 juli 2020 geeft aanleiding om Oeigoeren aan te merken als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van art. 1A Vv. Wel wordt het beleid gehandhaafd dat t.a.v. Oeigoeren wordt onderzocht of m.n. Turkije kan worden aangemerkt als eerste land van asiel of veilig derde land.
  • Anders dan bij Oeigoeren wordt in het ambtsbericht t.a.v. etnische Kazachen niet gesteld dat enkel het aanvragen van asiel in Nederland reeds een risico doet ontstaan. Wel is er reden om op basis van hun zorgelijke positie in China zoals die volgt uit het ambtsbericht reeds bij geringe indicaties aan te nemen dat er gegronde vrees is voor vervolging. Om deze reden is besloten om etnische Kazachen uit China in het vervolg aan te merken als risicogroep.
  • Hoewel het ambtsbericht het beeld geeft dat de repressie in Tibet steeds groter wordt, is het geldende beleid toereikend voor het beoordelen van asielaanvragen van asielzoekers uit Tibet.
  • Omdat er tot nu toe weinig tot geen asielzoekers uit Hongkong in Nederland zijn geweest, zijn er in het landgebonden asielbeleid voor China geen bijzonderheden over Hongkong opgenomen. Met het oog op de laatste ontwikkelingen wordt evenwel in het landenbeleid China opnemen dat bij de behandeling van (eventuele) individuele asielaanvragen van inwoners van Hongkong rekening dient te worden gehouden met het feit dat verblijf in Hongkong geen belemmering (meer) vormt voor vervolging door de centrale autoriteiten in Peking.
  • De informatie in het ambtsbericht geeft mij aanleiding om actieve aanhangers van religieuze en spirituele bewegingen die door de Chinese autoriteiten zijn aangemerkt als xie jiao aan te merken als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van art. 1 A Vv.
  • T.a.v. aanhangers van 'grijze' (niet geregistreerde) kerkgenootschappen geeft het ambtsbericht aanleiding om reeds bij geringe indicaties aan te nemen dat er gegronde vrees is voor vervolging. Om deze reden is besloten om deze groep in het vervolg aan te merken als risicogroep.
  • Het ambtsbericht geeft het beeld dat de repressie ten aanzien van leden van mensenrechtenverdedigers, leden van oppositiepartijen, politieke activisten en dissidenten steeds groter wordt. Deze groepen worden nu aangemerkt als risicogroep. Dit beleid is toereikend voor het beoordelen van asielaanvragen van leden van deze groepen en zal daarom worden gehandhaafd.
  • Het beleid dat journalisten en bloggers niet op zichzelf worden aangemerkt als risicogroep wordt gehandhaafd. Wel kunnen zij in bepaalde gevallen onder de risicogroep van politieke activisten en dissidenten vallen.

TK 19637, 2694, 20.1.21
https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2021/01/20/tk-landenbeleid-china/tk-landenbeleid-china.pdf

Rb MK: risico Burundees ivm deelname conferenties Haguruka

Eiser heeft in Burundi in 2015 deelgenomen aan demonstraties tegen de derde ambtstermijn van president Pierre Nkurunziza. Eiser werd daarom gezocht door de Burundese autoriteiten en de Imbonerakure (de jeugdmilitie van de regerende partij) en heeft op grond daarvan problemen ondervonden. Eiser is vervolgens zijn land ontvlucht.

In Nederland is eiser lid geworden van de Haguruka en heeft hij namens deze organisatie deelgenomen aan twee conferenties, in mei en oktober 2017. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet heeft voldaan aan de opdracht van de rechtbank in een uitspraak van 22 november 2018 om nader onderzoek te doen naar de activiteiten van eiser in Nederland en of deze activiteiten bekend zijn geraakt bij de Burundese autoriteiten.

Ten slotte is de rechtbank van oordeel dat verweerder ten onrechte aan eiser tegenwerpt, zonder hem eerst hierover nader te bevragen, dat eiser geen klaarheid heeft gegeven over waarom hij in Nederland aan conferenties heeft deelgenomen. Het beroep is daarom gegrond.

Ten slotte overweegt de rechtbank in het kader van de finale geschillenbeslechting, dat verweerder bij een nieuw te nemen besluit ook de door eiser in beroep overgelegde algemene informatie over de positie van Tutsi’s in Burundi dient mee te wegen.

Rb Haarlem NL19.16701, 22.12.20
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:14134

RvS: Burundese aktivist mogelijk refugié sur place

De vreemdeling komt uit Burundi en stelt onder meer dat hij daar gevaar loopt omdat hij in Nederland heeft deelgenomen aan demonstraties tegen de Burundese autoriteiten. De vraag is of hij met het overgelegde rapport over de wijze waarop Burundezen buiten Burundi in de gaten worden gehouden door de Burundese autoriteiten, voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de Burundese autoriteiten hiervan op de hoogte zijn.

De vreemdeling klaagt terecht dat de rechtbank onvoldoende heeft onderkend dat bij de toetsing van een besluit de inhoud van een rapport niet louter op zichzelf moet worden beschouwd, maar ook moet worden gerelateerd aan wat verder bekend is over de vreemdeling en over de praktijk in het land waar het om gaat. In het bijzonder waar de gestelde vrees voor vervolging pas is ontstaan door politieke activiteiten buiten het land van herkomst, zal een vreemdeling die vrees in de regel niet anders aannemelijk kunnen maken dan door zijn persoonlijke activiteiten te relateren aan wat uit rapporten blijkt over de wijze waarop de autoriteiten van het land van herkomst reageren op dergelijke activiteiten. 

De rechtbank heeft haar oordeel dat de vreemdeling onvoldoende concreet heeft gemaakt dat de Burundese autoriteiten op de hoogte zijn van zijn activiteiten, onvoldoende gemotiveerd. Het hoger beroep is gegrond.

ABRvS 201908429/1, 21.1.21
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2021:125

RvS: gezinsleden in NL meewegen bij tegenwerpen veilig derde land

De vreemdeling komt uit Nicaragua en heeft 22 jaar in Costa Rica gewoond en gewerkt. In dat land heeft zij haar Nederlandse man ontmoet en met hem een dochter (zowel Nederlandse als Costa Ricaanse nationaliteit) gekregen. Sinds 2014 woonde het gezin in Nicaragua, en in 2016 zijn haar man en dochter naar Nederland verhuisd. Vanwege gestelde problemen in Nicaragua die zich nadien zouden hebben voorgedaan, is de vreemdeling in 2018 naar Nederland vertrokken en heeft zij daar asiel aangevraagd. Volgens de staatssecretaris is deze aanvraag niet-ontvankelijk, omdat Costa Rica voor de vreemdeling een veilig derde land is.

De Afdeling overweegt als volgt. De rechtbank heeft terecht overwogen dat in deze procedure, gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van een asielaanvraag, niet aan de orde is of de vreemdeling op grond van haar gezinsleven (8 EVRM) aanspraak maakt op een verblijfsrecht. Dat betekent echter niet dat in een procedure als deze de staatssecretaris zonder meer elke omstandigheid met betrekking tot het gezinsleven van de vreemdeling buiten beschouwing mocht laten. De reikwijdte van de redelijkheidstoets omvat immers een plicht voor de staatssecretaris om deugdelijk te motiveren dat het redelijk is om van een vreemdeling te verwachten dat deze afreist naar een veilig derde land en daar asiel aanvraagt, daarbij rekening houdend met alle individuele omstandigheden die relevant zijn voor de beoordeling van de band die een vreemdeling heeft met het tegengeworpen veilig derde land. Daar valt in dit geval de omstandigheid onder dat, anders dan tijdens de door de staatssecretaris tegengeworpen verblijfsperiode van de vreemdeling in het veilig derde land, het gezin van de vreemdeling daar niet langer aanwezig is. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, is het feit dat deze omstandigheid tevens raakt aan het belang van de vreemdeling om haar gezinsleven in Nederland uit te oefenen, onvoldoende om die omstandigheid in het kader van de redelijkheidstoets geheel buiten beoordeling te laten.

ABRvS 202003698/1/V2, 20.1.21
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2021:122

RvS: statushouder Griekenland met medische klachten niet terug

De staatssecretaris heeft het asielverzoek van de vreemdeling niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij in Griekenland asiel geniet. De vreemdeling heeft deze verblijfsvergunning niet ontvangen, omdat deze pas werd verleend nadat hij Griekenland had verlaten en in Nederland een asielaanvraag had ingediend. Uit het BMA advies blijkt dat hij onder meer ernstige psychische problemen heeft, waaronder suïcidale gedachten. Het BMA verwacht een medische noodsituatie op korte termijn bij het uitblijven van een behandeling.

De vreemdeling klaagt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat hij bijzonder kwetsbaar is in de zin van het Ibrahim-arrest. Gezien de zeer moeizame toegang tot medische zorg en sociale voorzieningen in Griekenland voor statushouders zal hij daar in een toestand van verregaande materiële deprivatie komen.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (ECLI:NL:RVS:2019:2385), volgt uit het arrest Ibrahim dat dat de bijzondere kwetsbaarheid van individuele statushouders ertoe kan leiden dat zij bij terugkeer naar de lidstaat waar zij een asielvergunning hebben gekregen, buiten hun eigen wil en keuzes om, zullen terechtkomen in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie.

De vreemdeling klaagt terecht dat de rechtbank niet heeft onderkend dat uit de door hem overgelegde medische stukken en het BMA- advies blijkt dat zijn psychische klachten zo ernstig zijn dat deze hem bijzonder kwetsbaar maken als bedoeld in het arrest Ibrahim. Deze kwetsbaarheid zal het voor hem extra moeilijk maken om zich in Griekenland staande te houden en zelfstandig zijn rechten te effectueren. De staatssecretaris moet dus nader motiveren waarom de vreemdeling in Griekenland niet zal terechtkomen in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie als bedoeld in die uitspraak.

Hoger beroep van de vreemdeling gegrond.
ABRvS, 202006266-1, 28.1.21

CBS: aantallen asielzoekers 2020

In 2020 dienden 13 720 asielzoekers een eerste asielverzoek in, ongeveer 40 procent minder dan een jaar eerder. Vooral in het tweede kwartaal kwamen er veel minder asielzoekers dan een jaar eerder, namelijk 1 255 asielverzoeken, 76 procent minder dan een jaar eerder. In april meldden zich het laagste aantal asielzoekers in een maand (270) sinds het begin van de reeks in 2013.
Het aantal asielverzoeken liet in de periode mei tot en met september van 2020 weer een stijging zien. In het derde kwartaal van 2020 kwamen er in totaal 4 100 asielzoekers naar Nederland, 30 procent minder dan een jaar eerder. In het laatste kwartaal van 2020 nam het aantal asielzoekers weer iets af en deden 3 895 mensen een eerste asielverzoek.

Net zoals afgelopen jaren vormden mensen met een Syrische nationaliteit de grootste groep asielzoekers, in 2020 met bijna 30 procent (4 070) van het totaal. Er kwamen vanuit Syrië 395 asielzoekers meer naar Nederland dan in 2019. Daarmee is het ook het enige land waarvandaan in 2020 meer asielzoekers kwamen dan in 2019.
In 2020 vroegen 995 mensen met een Algerijnse nationaliteit asiel aan, net iets meer dan mensen met een Turkse nationaliteit. Daarnaast kwamen 775 asielzoekers met een Marokkaanse, en 635 met een Nigeriaanse nationaliteit naar Nederland.

https://www.cbs.nl/?sc_itemid=6cc9e5b5-cf80-4e08-8505-5e31c25c8c7b&sc_lang=nl-nl, 29.1.21

Pharos: informatie over het Corona-virus in meerdere talen

Nederlands | Arabisch | Chinees (traditioneel) | Chinees (vereenvoudigd) | Engels | Farsi | Frans | Papiaments Pools Somalisch Spaans Tigrinya Turks

https://www.pharos.nl/coronavirus/

GGD-landelijk plant vaccinaties ook voor ongedocumenteerden

Uit contact met GGD-landelijk blijkt dat zij ook vaccinaties inplannen voor ongedocumenteerden. Ongedocumenteerden kunnen zich melden bij de GGD of Huisarts op het moment dat zij in de categoriën voor vaccinatie vallen.

Zodra er meer bekend is, zal Stichting LOS de informatie hierover verspreiden.

Pagina's